=====Teruggaaf===== - [[Teruggaaf#Aantekeningen|Aantekeningen]] - [[Teruggaaf#Regelgeving|Regelgeving]] - [[Teruggaaf#Jurisprudentie|Jurisprudentie]] - [[Teruggaaf#Literatuur|Literatuur]] ---- ====1. Aantekeningen==== ===1.1 Minimale termijn teruggaafverzoek=== De minimale termijn waarop een btw-teruggaafverzoek van buitenlandse ondernemers betrekking heeft moet drie maanden zijn. De belastingdienst buitenland meent dat dit niet is gekoppeld aan het eerste, tweede, derde en vierde kwartaal van een kalenderjaar. Dus voor bijvoorbeeld een teruggaafverzoek over de maand juli is het niet noodzakelijk te wachten met indienen tot 1 oktober. Zolang op het formulier OB 68 maar staat vermeld dat het dan om de periode januari-juli gaat (of mei-juli). ---- ===1.2 Inkoopcombinatie=== **Bron: Elsevier BTW almanak 2004** \\ //blz. 298, nr. 18.1.1.5, Inkoopcombinaties// In contracten tussen een inkoopcombinatie en haar leveranciers is vaak bepaald dat de inkoopcombinatie de door haar leden verschuldigde bedragen voldoet aan de leveranciers. Als nu de inkoopcombinatie die bedragen niet of niet volledig van haar leden ontvangt, rijst de vraag of aan de inkoopcombinatie een teruggaaf wegens oninbare vordering kan worden verleend. Als de inkoopcombinatie als zelfstandige ihandelsschakel optreedt, hetgeen het geval is als de leveranciers de goederen aan de combinatie leveren en de combinatie de goederen verolgens aan haar leden levert, kan aan de inkoopcombinatie teruggaag wegens oninbare vorderingen worden gegeven. Als de inkoopcombinaite echter niet als zelfstandige handelsschakel optreedt- de l;everanciers leveren de gederen rechtstreeks aan de leden van de combinatie - , kan de inkoopcombinatie geen aansporaak maken op een teruggaaf weges oninbare vorderingen. Bezien vanuit de positie van de leverancier van de goederen is de vordering immers voldaan, nameijk door de inkoopcombinatie. Deze laatste treedt op als financier voor de afnemer (het lid van de inkoopcombinatie. Dit houdt tevens in dat de afnemer de afgetrokken voorbelasting noet terug hoeft te betalen (V-N 1996, blz. 4883). ---- ===1.3 Teruggaaf 13e RL is lex specialis 170 Btw-RL=== **Nestrade SA, C‑562/17** \\ 29. Zoals de Spaanse regering en de Europese Commissie hebben opgemerkt, ziet het hoofdgeding op een verzoek om teruggaaf van btw dat is ingediend door een onderneming die is gevestigd in een derde land, namelijk in Zwitserland. De nadere regels voor de teruggaaf van btw aan niet op het grondgebied van de Unie gevestigde belastingplichtigen staan in de Dertiende richtlijn, zoals blijkt uit artikel 2, lid 1, ervan. Dienaangaande heeft het Hof erop gewezen dat de bepalingen van de Dertiende richtlijn, en met name artikel 2, lid 1, moeten worden beschouwd als lex specialis ten opzichte van de artikelen 170 en 171 van richtlijn 2006/112 (arrest van 15 juli 2010, Commissie/Verenigd Koninkrijk, C‑582/08, EU:C:2010:429, punt 35). ---- ===1.4 Teruggaaf ook mogelijk als ondernemer als is geregistreerd in lidstaat van teruggaaf=== * Chep Equipment Pooling ---- ===1.5 Stellen van fatale termijnen voor teruggaaf is toegestaan=== * Nestrade \\ **41.** Het Hof heeft reeds geoordeeld dat de mogelijkheid om zonder enige tijdsbeperking een verzoek om teruggaaf van een btw-overschot in te dienen, haaks staat op het rechtszekerheidsbeginsel, dat verlangt dat de fiscale situatie van een belastingplichtige, met name zijn rechten en plichten jegens de fiscus, niet gedurende onbepaalde tijd in het ongewisse blijft (arrest van 21 juni 2012, __Elsacom__, C‑294/11, EU:C:2012:382, punt 29). Het Hof heeft erkend dat het met het recht van de Unie verenigbaar is dat in het belang van de rechtszekerheid, die zowel de belastingbetaler als de betrokken bestuursinstantie beschermt, redelijke beroepstermijnen worden vastgesteld die gelden op straffe van verval van recht. Dergelijke termijnen maken de uitoefening van de door het Unierecht verleende rechten immers niet in de praktijk onmogelijk of uiterst moeilijk, ook al leidt het verstrijken van deze termijnen per definitie tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de ingestelde vordering (arrest van 14 juni 2017, Compass Contract Services, C‑38/16, EU:C:2017:454, punt 42 en aldaar aangehaalde rechtspraak). ---- ====2. Regelgeving==== ---- ====3. Jurisprudentie==== * HR 15 december 2006, nr. 41 344, ???????, r.o. 3.3.1 \\ De wettelijke bepalingen verbinden aan het recht op aftrek geen voorwaarden ten aanzien van de plaats van vestiging van de ondernemer en evenmin ten aanzien van de plaats waar de prestaties van de ondernemer worden verricht. * C‑844/19: rentevergoeding ---- ====4. Literatuur==== ----