=====Invoer===== - [[Invoer#Aantekeningen|Aantekeningen]] - [[Invoer#Regelgeving|Regelgeving]] - [[Invoer#Jurisprudentie|Jurisprudentie]] - [[Invoer#Literatuur|Literatuur]] ---- * [[douane:douane|Douane]] * [[douane:douanewaarde|Douanewaarde]] * [[Aftrek:Aftrek van btw bij invoer|Aftrek van btw bij invoer]] * [[douane:parallelisme|Parallelisme]] * [[douane:vertragingsrente|Vertragingsrente (rente op achterstallen)]] ---- ====1. Aantekeningen==== ===1.1 Parallellisme / Economisch Circuit=== * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62022CJ0791|Hauptzollamt Braunschweig]] \\ HvJ 18 januari 2024, Zaak C-791/22, G.A. tegen Hauptzollamt Braunschweig, ECLI:EU:C:2024:59, r.o. 30. \\ **30.** Het is juist dat het Hof heeft geoordeeld dat, gelet op het door artikel 71, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 2006/112 bevestigde __parallellisme__ tussen de btw bij invoer en de douanerechten (zie in die zin arrest van 10 juli 2019, Federal Express Corporation Deutsche Niederlassung, C‑26/18, EU:C:2019:579, punt 41), naast de douaneschuld tevens een btw-schuld kan ontstaan indien op basis van het onrechtmatige gedrag waardoor die douaneschuld is ontstaan, kon worden aangenomen dat de betrokken goederen in het __economische circuit__ van de Unie zijn gebracht en dus mogelijkerwijs zijn verbruikt, welke handeling aan btw is onderworpen [arrest van 8 september 2022, Hauptzollamt Hamburg (Plaats waar de btw ontstaat – II), C‑368/21, EU:C:2022:647, punt 26 en aldaar aangehaalde rechtspraak]. ---- ===1.2 Rente op achterstallen invoer=== * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2023:1219|Conclusie van Advocaat-Generaal Ettema van 29 december 2023, nr. 23/01996, ECLI:NL:PHR:2023:1219]] ---- ===1.3 Artikel 23=== * {{ :belastbare_handeling:2024_02_00_-_boonstra-kesteren_-_aftrek_btw_invoer_-_tfo2024-190-2.pdf |J.D. Boonstra en H.W.M. van Kesteren, Aftrek van btw bij invoer – beschikkingsmacht gaat boven bedrijfseconomische noodzaak?, TFO 2024/190.2}} \\ ‘(…) Daarnaast kan de verschuldigdheid van invoer-btw ex artikel 23 wet OB naar de ‘bestemmeling’ van de goederen worden verlegd, zodat geen invoer-btw aan de grens is verschuldigd maar in de periodieke btw-aangifte wordt voldaan. In tegenstelling tot de schuldenaar in het douanerecht, wordt voor de toepassing van artikel 23 wet OB geen onderscheid gemaakt tussen (on)regelmatige transacties; in beide gevallen kan de verschuldigdheid van invoer-btw naar de bestemmeling worden verlegd.17’ \\ //Voetnoot 17: HR 4 september 1991, 27227, BNB 1992/2, r.o. 3.4.// ====2. Regelgeving==== ---- ====3. Jurisprudentie==== * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62018CJ0026|Federal Express]] \\ HvJ 10 juli 2019, Zaak C-26/18, Federal Express Corporation Deutsche Niederlassung tegen Hauptzollamt Frankfurt am Main, ECLI:EU:C:2019:579, V-N 2019/35.19 * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62021CJ0368|Hauptzollamt Hamburg]] \\ HvJ 8 september 2022, Zaak C-368/21, R.T. tegen Hauptzollamt Hamburg, ECLI:EU:C:2022:647 * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62022CJ0791|Hauptzollamt Braunschweig]] \\ HvJ 18 januari 2024, Zaak C-791/22, G.A. tegen Hauptzollamt Braunschweig, ECLI:EU:C:2024:59 ---- ====4. Literatuur==== * {{ :belastbare_handeling:2023_05_02_-_nellen_-_parallellisme_van_douanerechten_en_btw_-_wfr_2023-133.pdf |F.J.G. Nellen, Over het parallellisme van douanerechten en btw in de internationale handel, WFR 2023/133}} ----