=====Kostendoorbelastingen===== - [[Kostendoorbelastingen#Aantekeningen|Aantekeningen]] - [[Kostendoorbelastingen#Regelgeving|Regelgeving]] - [[Kostendoorbelastingen#Jurisprudentie|Jurisprudentie]] - [[Kostendoorbelastingen#Literatuur|Literatuur]] ---- * [[belastbare_handeling:Kosten voor gemene rekening|Kosten voor gemene rekening]] ---- ====1. Aantekeningen==== Intercompany Kostendoorbelastingen: Wel of niet doorbelasten Of we doen twee grote blokkken: 1 blok wel doorbelasten, 1 blok niet doorbelasten. Of we doen 3 blokken (agent, buy sell, cmr) telkens verdeeld in 2 sub-blokken: wel doorbelasten en niet doorbelasten. Beginnen met een alinea met definitie van wat wij onder kostendoorbelastingen verstaan. Melk zelf opdrinken etc. Maar ook: is een loutere kostendoorbelasting als voldoende om een prestatie aan te nemen, levert het 'slechts' een weerlegbaar vermoeden van een prestatie op en/of is er meer nodig om van een belastbare handeling te kunnen spreken in geval van een kostendoorbelasting. Agent Buy-Sell CMR 1. Agent Kort houden, lijkt vrij helder. Niet doorbelasten lijkt geen echte mogelijkheid te zijn in geval van een agent. 2. Buy-sell Lijkt helder, maar speelt vraag afnemersbegrip. Paul Newey, volg contracten. Echter: Baxi/Loyalty Management: wellicht toch wat meer te zeggen dan gedacht over gebruiker als afnemer. Link maken met begrip economische realiteit. Wat gebeurt er nou indien een buy-sell niet doorbelast? Iberdrola problematiek. 3. CMR Lijkt zelfde te zijn als buy-sell. Echter: aanwijzingen dat als je niet doorbelast, je tóch een prestatie moet aannemen. Zelfde aard? Ongeacht nut/gebruik? ---- ====2. Regelgeving==== ---- ====3. Jurisprudentie==== * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:6557|Rechtbank Noord-Holland, 28 juni 2024, nr. AWB - 22/91, ECLI:NL:RBNHO:2024:6557]] \\ Eiseres is een Stichting die een ziekenhuis exploiteert op verschillende locaties. In het ziekenhuis zijn vrij gevestigde specialisten werkzaam die zich hebben georganiseerd in een samenwerkingsverband. Eiseres heeft een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten bij een onderlinge waarborgmaatschappij en de premie van deze verzekering wordt voor een deel doorbelast aan het samenwerkingsverband. In geschil is of de Stichting daarmee aan het samenwerkingsverband belaste prestatie verricht. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is. * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3525|Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 mei 2024, nr. BRE 21/2204, ECLI:NL:RBZWB:2024:3525]] \\ Omzetbelasting; doorbelasting kosten aansprakelijkheidsverzekering. * Hof Amsterdam 14 september 2021, nr. 19/01235 * HvJ 24 februari 2022, Suzlon * HR 29 september 2017, nr. 15/04099, ECLI:NL:HR:2017:2461 \\ **2.5.2** Op grond van artikel 15, lid 1, aanhef en letter a, van de Wet brengt een ondernemer onder de in dat artikel vermelde voorwaarden in aftrek de omzetbelasting die door andere ondernemers ter zake van door hen aan die ondernemer verrichte leveringen en verleende diensten in rekening is gebracht, voor zover de goederen en de diensten door de ondernemer worden gebruikt voor belaste handelingen. Op degene, die vorenbedoeld recht op aftrek wil uitoefenen, rust in beginsel de last te bewijzen dat aan alle voorwaarden voor het uitoefenen van het recht op aftrek is voldaan, waaronder de voorwaarde dat de in rekening gebrachte kosten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met het jegens een ander verrichten van een prestatie onder bezwarende titel die niet is vrijgesteld van omzetbelasting. \\** 2.5.3.** Bij de beoordeling of in het kader van het uitoefenen van het recht op aftrek aannemelijk is gemaakt dat en in hoeverre de desbetreffende goederen of diensten zijn gebruikt voor belaste handelingen, volstaat dus niet de vaststelling dat zij zijn gebruikt voor de levering van een goed of voor het verrichten van een dienst onder bezwarende titel, maar is tevens van belang dat die levering of die dienst niet van omzetbelasting is vrijgesteld. In een dergelijk geval komt geen betekenis toe aan de bewijsregel, neergelegd in het arrest BNB 2002/141, rechtsoverweging 3.2.2, en het arrest BNB 2014/160, rechtsoverweging 3.3.2, dat bij betalingen tussen ondernemers als regel ervan mag worden uitgegaan dat die betalingen de tegenwaarde voor een prestatie vormen. \\ **2.5.4.** Het Hof heeft uit het arrest BNB 1989/213 en het arrest Syndicat des producteurs indépendants afgeleid dat doorbelasting van kosten in beginsel een economische activiteit vormt die aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen. Deze opvatting kan echter niet aan deze arresten worden ontleend (vgl. de onderdelen 4.17 en 4.18 van de conclusie van de Advocaat-Generaal). \\ Voor de vaststelling dat sprake is van een belastbare prestatie is vereist dat een handeling onder bezwarende titel wordt verricht. \\ Daarvoor is niet alleen nodig dat een betaling wordt gedaan, maar ook dat tegenover deze betaling een handelen (of een nalaten) als ondernemer kan worden bepaald. \\ Met de vaststelling dat belanghebbende met [I] een rechtsbetrekking is aangegaan ingevolge welke kosten aan [I] zijn doorbelast en met het daarop gegronde oordeel dat daarom sprake is van een handeling onder bezwarende titel, heeft het Hof – naar middel I terecht betoogt - het voorgaande miskend. De last te bewijzen dat sprake is van een zodanig handelen of nalaten, rust op degene die terzake aanspraak maakt op aftrek van omzetbelasting. Middel I slaagt derhalve. * HvJ 9 februari 2023, nr. C-713/21, A tegen X (Paardenrenstal) \\ **42** In dit verband blijkt uit de verwijzingsbeslissing dat de verzoeker in het hoofdgeding, als tegenprestatie voor de enkele prestatie die hij leverde, enerzijds een vergoeding ontving voor de onderhoudskosten, deelname aan wedstrijden, transport, hoefbeslag en veterinaire zorg van de paarden, en anderzijds een aandeel in de prijzen behaald door de paarden tijdens de wedstrijden, dit aandeel werd verzekerd door de overdracht door de paardeneigenaren aan de verzoeker in het hoofdgeding van 50% van de vordering die overeenkomt met de winsten uit genoemde prijzen die deze eigenaren hadden op de wedstrijdorganisatoren. \\ **43** Uit deze bevindingen, evenals uit de bewoordingen van de gestelde vraag, blijkt dat het geheel van de door de verzoeker in het hoofdgeding geleverde prestaties, namelijk de huisvesting en het onderhoud van de paarden, hun training en deelname aan wedstrijden, werd vergoed door de enige deelname van de verzoeker in de hoofdzaak, ten belope van 50 %, aan de vordering die overeenkomt met de winsten afkomstig van de prijzen behaald door de paarden tijdens de wedstrijden. In feite, in de veronderstelling, die het aan de verwijzende rechter staat te verifiëren, waarbij de betaling, door de eigenaren van de paarden, van de onderhoudskosten, deelname aan wedstrijden, transport, hoefbeslag en veterinaire zorg van de paarden __**een eenvoudige terugbetaling vormt van de kosten die de verzoeker in de hoofdzaak heeft gemaakt in het kader van de exploitatie van zijn stal, zou een dergelijke terugbetaling geen vergoeding vormen voor de genoemde diensten, geleverd door laatstgenoemde**__. ---- ====4. Literatuur==== ----