=====Nihilaangifte===== - [[Nihilaangifte#Aantekeningen|Aantekeningen]] - [[Nihilaangifte#Regelgeving|Regelgeving]] - [[Nihilaangifte#Jurisprudentie|Jurisprudentie]] - [[Nihilaangifte#Literatuur|Literatuur]] ---- ====1. Aantekeningen==== ---- ====2. Regelgeving==== ---- ====3. Jurisprudentie==== [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:4330| Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 mei 2022, nr. 19/01393, ECLI:NL:GHARL:2022:4330]] 4.2. Het Hof volgt partijen in hun standpunten en overweegt daarbij als volgt. Ingevolge artikel 26, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: Awr) kan, in afwijking van artikel 8:1, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) tegen een ingevolge de belastingwet genomen besluit slechts beroep bij de rechtbank worden ingediend indien het betreft een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking. Ingevolge het tweede lid van artikel 26 van de Awr wordt de voldoening van een bedrag als belasting voor de mogelijkheid van beroep gelijkgesteld met een voor bezwaar vatbare beschikking van de Inspecteur. De wettelijke bepalingen vormen een gesloten stelsel van rechtsbescherming. Dit stelsel voorziet niet uitdrukkelijk in de mogelijkheid tegen een (per saldo) nihilaangifte voor de omzetbelasting als die van belanghebbende een rechtsmiddel aan te wenden. Nu belanghebbende echter binnen de aangiftetermijn een aangifte heeft ingediend waaruit per saldo geen te betalen bedrag volgt, **dient hij naar het oordeel van het Hof te worden geacht op de laatste dag van die aangiftetermijn, te weten 31 juli 2015, een bedrag van nihil als verschuldigde belasting op aangifte te hebben voldaan**. **Zulks is gelijk te stellen met een voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur**. Hieraan staat niet in de weg dat voor de betaling van het bedrag van nihil feitelijk geen handeling is verricht (vgl gerechtshof Den Haag, 30 maart 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8025). In zoverre is het hoger beroep van de Inspecteur gegrond. Partijen hebben er ter zitting mee ingestemd dat bij deze stand de zaak niet wordt teruggewezen naar de Rechtbank, maar dat het Hof tevens uitspraak zal doen in het materiƫle geschil, als omschreven in 3.1. ---- ====4. Literatuur==== ----