=====Suppletie===== - [[Suppletie#Aantekeningen|Aantekeningen]] - [[Suppletie#Regelgeving|Regelgeving]] - [[Suppletie#Jurisprudentie|Jurisprudentie]] - [[Suppletie#Literatuur|Literatuur]] ---- * Zie, over boete bij niet-tijdig suppleren: [[formeel:boete|Boete]] ---- ====1. Aantekeningen==== Zodra de belastingplichtige constateert dat hij een aangifte voor de omzetbelasting over een tijdvak in de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist of onvolledig heeft gedaan waardoor te veel of te weinig belasting is betaald, is hij op grond van artikel 15, lid 1, van het Uitvoeringsbesluit gehouden alsnog bij wijze van suppletie de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen te verstrekken. Op grond van artikel 15, lid 3, van het Uitvoeringsbesluit moet de suppletie zo spoedig mogelijk geschieden op de door de inspecteur aangegeven wijze. 5.12. Het niet of niet tijdig of het niet op de door de inspecteur aangegeven wijze doen van de hiervoor bedoelde suppletie wordt op grond van artikel 15, lid 4, van het Uitvoeringsbesluit aangemerkt als een overtreding. In geval van opzet of grove schuld kan daarvoor op grond van artikel 10a, lid 3, AWR een bestuurlijke boete aan de belastingplichtige worden opgelegd van ten hoogste 100 procent van het bedrag aan belasting dat als gevolg van het niet nakomen van de suppletieplicht niet is of niet zou zijn geheven. De Inspecteur moet bewijzen op grond van welke feiten en omstandigheden hij heeft aangenomen dat aan de voor de aanwezigheid van (voorwaardelijk) opzet dan wel grove schuld geldende vereisten is voldaan en dat die feiten en omstandigheden buiten redelijke twijfel zijn komen vast te staan (Hoge Raad, 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526/BNB 2022/68). ---- ====2. Regelgeving==== ---- ====3. Jurisprudentie==== * * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1351|HR 24 september 2021, nr. 19/01550, ECLI:NL:HR:2021:1351 (Nemo Tenetur)]] \\ **4.3** Indien de belastingplichtige ter nakoming van de mededelingsplicht als bedoeld in artikel 10a AWR __een suppletie doet__ waaruit volgt dat hij eerder een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan waardoor te veel of te weinig belasting is betaald, kan daarvan het gevolg zijn dat ten aanzien van die belastingplichtige het vermoeden ontstaat dat hij een beboetbaar of strafbaar feit heeft begaan. Dat brengt echter niet mee dat de belastingplichtige zich met een beroep op het nemo-teneturbeginsel aan de suppletieverplichting zou kunnen onttrekken. Het is immers vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) dat dit beginsel niet in de weg staat aan de verplichting voor een belastingplichtige om informatie te verschaffen ten behoeve van een juiste belastingheffing. Het nemo-teneturbeginsel staat daarom evenmin eraan in de weg dat aan de belastingplichtige die de hiervoor bedoelde mededelingsplicht niet nakomt, een bestuurlijke boete wordt opgelegd. \\ **4.4.1** De vraag is of het nemo-teneturbeginsel wel eraan in de weg staat dat informatie die aldus, ter nakoming van een wettelijke mededelingsplicht en onder bedreiging van een boete, is verstrekt, wordt gebruikt voor het bewijs dat de belastingplichtige ter zake van zijn eerdere ontoereikende betaling op aangifte een beboetbaar of strafbaar feit heeft begaan. Gelet op de rechtspraak van het EHRM staat het nemo-teneturbeginsel daaraan in de weg indien die informatie is aan te merken als bewijsmateriaal waarvan het bestaan afhankelijk is van de wil van de belastingplichtige. \\ **4.4.2** De op grond van artikel 10a AWR gedane __mededeling van onjuistheden__ of onvolledigheden in voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens en inlichtingen moet naar haar aard worden aangemerkt als __materiaal waarvan het bestaan afhankelijk is van de wil__ van de belastingplichtige. Daaraan doet niet af dat die verklaring gebaseerd kan zijn op in de administratie van de belastingplichtige aanwezige facturen en andere documenten. __Die in artikel 10a AWR verplicht gestelde mededeling mag dus niet worden gebruikt voor het bewijs dat die belastingplichtige een beboetbaar of strafbaar feit heeft begaan.__ * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:4986|Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 juli 2023, BRE 22/756, ECLI:NL: RBZWB:2023:4986]] \\ //Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit artikel 10a van de AWR en artikel 15 van het UB OB dat een suppletie tijdig is ingediend indien deze is ingediend voordat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of zal worden. Belanghebbende heeft aan de verplichtingen zoals opgenomen in artikel 10a, eerste en tweede lid, van de AWR voldaan. De vergrijpboete wordt vernietigd. Belanghebbende heeft geen recht op een integrale proceskostenvergoeding.// \\ **4.11.** Naar het oordeel van de rechtbank moet artikel 15 van het UB OB als volgt worden gelezen. In artikel 15, eerste lid, van het UB OB wordt de suppletieplicht benoemd. Vervolgens wordt in het tweede lid van dit artikel uitgewerkt wat het uiterste tijdstip voor het doen van die suppletie is. Het derde lid van artikel 15 van het UB OB schrijft regels voor over de wijze waarop de suppletie ingediend dient te worden. \\ **4.12.** Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het uiterste tijdstip waarop moet worden voldaan aan de verplichting tot suppletie, het moment is voordat de belastingplichtige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de desbetreffende onjuistheid of onvolledigheid bekend is of zal worden. * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:22049|Rechtbank Den Haag (Civiel), 12 september 2024, nr. C/09/669456 / KG ZA 24-654, ECLI:NL:RBDHA:2024:22049 (Suppletie voormalig onderdeel FE - machtiging)]] ---- ====4. Literatuur==== ----