=====Formuleringen arresten===== - [[Formuleringen arresten#Aantekeningen|Aantekeningen]] - [[Formuleringen arresten#Regelgeving|Regelgeving]] - [[Formuleringen arresten#Jurisprudentie|Jurisprudentie]] - [[Formuleringen arresten#Literatuur|Literatuur]] ---- ====1. Aantekeningen==== ===1.1 Tekstafspraken=== * Wat betreft opzet: we gebruiken in navolging van de strafkamer ‘het’ als lidwoord. Voorbeeld: “Het middel klaagt erover dat het Hof heeft miskend dat voor beboeting op grond van artikel 67f, lid 1, AWR geen plaats is indien **het opzet** van de belastingplichtige is gericht op het in gevaar brengen van het gemeenschappelijk btw-stelsel door (vervoers)documenten te vervalsen en zo afnemers in een andere lidstaat te faciliteren bij het in een andere lidstaat niet voldoen van btw op aangifte.” * Wat betreft en niet 'voor wat betreft' * Ten aanzien van gebruiken we voor personen, met betrekking tot gebruiken we voor zaken * Artikel, lid schrijven we altijd voluit * We zetten 'de' voor de aangehaaldee wet (de Wet OB) * De Inspecteur (welbepaald) die we noemen in een zaak schrijven we met een hoofdletter, de inspecteur in algemene zin (bijv.: "ogv artikel 47 van de AWR had de inspecteur om informatie moeten vragen") schrijven we met een kleine letter. Geldt mutatis mutandis ook voor rechtbanken en hoven * Bij "oordelen van het hof" gebruiken we voltooide tijd * Aangifte OVER een tijdvak, Naheffing OVER een tijdvak * Hof van Justitie van de Europese Unie schrijven we de eerste keer voluit, daarna alleen nog Hof van Justitie * Rechtsoverweging schrijven we voluit bij nationale rechtspraak. Bij HvJ gebruiken we 'punt' * We gebruiken geen 'ad' ---- ===1.2 Aanhalen arresten=== * HvJ 29 oktober 2015, Saudaçor, C-174/14, ECLI:EU:C:2015:733, punt 39. ---- ===1.3 Handige formuleringen=== * Bij de beoordeling van dit middel stelt de Hoge Raad het volgende voorop. * Kennelijk en terecht is het Hof ervan uitgegaan dat ---- ===1.1 VIS-ORT: Vergoeding griffierecht voor behandeling Hoge Beroep=== * HR 13 maart 2026, nr. 23/04342, [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:407|ECLI:NL:HR:2026:407]] \\ **2.2.4** Aangezien het verzoek van belanghebbende om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor het hoger beroep is gedaan en de redelijke termijn voor de behandeling van het hoger beroep is verstreken, voordat het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:567, is gewezen, zal de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) ook worden opgedragen aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het hoger beroep heeft betaald. ---- ====2. Regelgeving==== ---- ====3. Jurisprudentie==== ---- ====4. Literatuur==== ----