=====Ten onrechte in rekening gebrachte btw===== - [[Ten onrechte in rekening gebrachte btw#Aantekeningen|Aantekeningen]] - [[Ten onrechte in rekening gebrachte btw#Regelgeving|Regelgeving]] - [[Ten onrechte in rekening gebrachte btw#Jurisprudentie|Jurisprudentie]] - [[Ten onrechte in rekening gebrachte btw#Literatuur|Literatuur]] ---- ====1. Aantekeningen==== * Humda, r.o. 34 en 35 \\ Ten onrechte in rekening gebrachte btw die op grond van art. 203 btw-richtlijn (art 37 Wet OB) wordt geheven is geen btw die “in strijd met het Unierecht is/wordt geheven. * P GmbH, C-378/21 \\ **24.** Zoals in punt 18 van dit arrest in herinnering is gebracht, is volgens de verwijzende rechter het gevaar van verlies van belastinginkomsten in het onderhavige geval onbestaand omdat de klanten van verzoekster in het hoofdgeding in het betreffende belastingjaar uitsluitend eindverbruikers waren die geen recht op aftrek van voorbelasting hebben. Derhalve moet worden vastgesteld dat artikel 203 van de btw-richtlijn niet van toepassing is op een dergelijke situatie. * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62002CJ0078|Maria Karageorgou]] \\ HvJ 6 november 2003, Gevoegde zaken C-78/02 tot C-80/02, Elliniko Dimosio tegen Maria Karageorgou (C-78/02), Katina Petrova (C-79/02) en Loukas Vlachos (C-80/02), ECLI:EU:C:2003:604, V-N 2003/58.17, r.o. 40-42 \\ **40.** Op basis van dit uitgangspunt moet de conclusie luiden, dat de betrokken vertalers in casu niet zelfstandig een economische activiteit uitoefenen in de zin van artikel 4, lid 4, van de Zesde richtlijn, zodat zij geen belastingplichtigen in de zin van lid 1 van hetzelfde artikel zijn. Bijgevolg zijn de diensten die zij voor het ministerie van Buitenlandse Zaken verrichten, op grond van artikel 2, punt 1, van deze richtlijn niet aan BTW onderworpen. \\ **41.** \\ Wanneer deze vertalers bij vergissing een BTW-bedrag vermelden op facturen voor dergelijke diensten, kan dat bedrag bijgevolg niet als BTW worden aangemerkt. \\ **42.** \\ Op de eerste prejudiciële vraag moet derhalve worden geantwoord, dat het BTW-bedrag dat een persoon die voor de staat diensten verricht, op een factuur vermeldt, niet als BTW moet worden aangemerkt wanneer de betrokkene bij vergissing denkt dat hij deze diensten als zelfstandige verricht, terwijl er in werkelijkheid een verhouding van ondergeschiktheid bestaat. * P GmbH II, C-794/23 \\ **26.** Hieruit volgt dat de toepassing van artikel 203 van de btw-richtlijn slechts afhankelijk is van de vraag of er sprake is van gevaar voor verlies van belastinginkomsten, hetgeen __moet worden beoordeeld op basis van een specifieke factuur__ en niet kan afhangen van de vraag of de betrokken diensten van de betrokken belastingplichtige niet alleen voor niet-btwplichtigen, maar ook voor andere btw-plichtigen zijn verricht. Om te beoordelen of dat gevaar bestaat, moet dus worden nagegaan of de ontvanger van de factuur daadwerkelijk btw-plichtig is en bijgevolg het recht op aftrek van voorbelasting kan doen gelden. \\ **31.** Bijgevolg moet het begrip „eindverbruikers die geen recht op aftrek van voorbelasting hebben” strikt worden uitgelegd __en moet ervan worden uitgegaan dat dit gevaar bestaat wanneer de ontvanger van een onjuiste factuur een belastingplichtige is__, zelfs wanneer deze de betrokken dienst voor privédoeleinden of voor andere doeleinden waarvoor geen recht op aftrek bestaat, heeft gebruikt. * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62024CJ0101|XyRality]] \\ HvJ 9 oktober 2025, C-101/24, Finanzamt Hamburg-Altona tegen XYRALITY GmbH, ECLI:EU:C:2025:764 \\ **56** In dit verband moet er echter op worden gewezen dat, zoals de advocaat-generaal in punt 67 van zijn conclusie heeft opgemerkt, artikel 203 van de btw-richtlijn een functioneel verband heeft met het recht op btw-aftrek, aangezien het beoogt het gevaar uit te schakelen dat belastinginkomsten verloren gaan doordat de aftrek te hoog wordt aangegeven. Uit de gegevens in de verwijzingsbeslissing blijkt evenwel dat de diensten in het hoofdgeding niet zijn verricht ten behoeve van belastingplichtigen voor bedrijfsdoeleinden, maar ten behoeve van niet-belastingplichtigen. Artikel 203 van de btw-richtlijn is derhalve niet van toepassing, aangezien er geen gevaar bestaat dat belastinginkomsten verloren gaan als gevolg van het recht op aftrek van ten onrechte gefactureerde btw. In die omstandigheden is het feit dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde orderbevestigingen niet als facturen kunnen worden beschouwd, zoals Xyrality in haar schriftelijke opmerkingen betoogt, irrelevant voor de beslechting van het hoofdgeding. * Terracult (C-835/18, EU:C:2020:520, punten 22 en 23). In die zaak heeft het Hof geoordeeld dat de omstandigheid dat de leverancier van een goederenlevering ten onrechte btw in rekening heeft gebracht niet afdoet aan de toepasselijkheid van de btw-verleggingsregeling. * Conclusie van advocaat-generaal J. MARTÍN Y PÉREZ DE NANCLARES van 29 oktober 2025, Zaak T‑638/24, Finanzamt Österreich - D GmbH \\ **64.** Wanneer dat gevaar is weggenomen, is artikel 203 van richtlijn 2006/112 niet langer van toepassing.(38) __Volgens de rechtspraak is dit met name het geval wanneer de belastingdienst de ontvanger van de facturen definitief het recht op aftrek heeft geweigerd__. ---- ===1.1 Aansprakelijkheid o.g.v. 203 Btw-RL wanneer je zelf van standpunt verandert?=== * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62024CJ0101|XyRality]] \\ HvJ 9 oktober 2025, C-101/24, Finanzamt Hamburg-Altona tegen XYRALITY GmbH, ECLI:EU:C:2025:764 \\ **55** De verwijzende rechter merkt op dat Xyrality in casu eerst aan X toestemming had gegeven om haar in de orderbevestigingen als dienstverrichter aan te wijzen en om daaraan tegenover de eindafnemer btw-gevolgen te verbinden en de Duitse btw in aanmerking te nemen als de btw die van toepassing is op de diensten, maar dat zij vervolgens het tegenovergestelde standpunt heeft ingenomen tegenover de belastingdienst. G__elet op het tegenstrijdige gedrag van Xyrality zou dus kunnen worden aangenomen dat deze onderneming op grond van artikel 203 van de btw-richtlijn nog steeds aansprakelijk is voor de afdracht van de btw, teneinde het gevaar uit te schakelen dat belastinginkomsten verloren gaan als gevolg van een negatief bevoegdheidsconflict tussen de Duitse en de Ierse belastingdienst, waardoor de btw in geen van beide lidstaten definitief zou worden geheven.__ ---- ===Samenloop nummer-icv en 203 btw=== * C-696/20, B. Dyrektor Izby Skarbowej w W. (Onjuiste kwalificatie van ketentransacties), ECLI:EU:C:2022:528 * T-638/24, D GmbH (samenloop nummer-icv en 203 btw) ---- ====2. Regelgeving==== ---- ====3. Jurisprudentie==== ===3.1 Overzicht jurisprudentie=== * Genius Holding * Schmeinck Strobel * Petroma * Stroy Trans * LKV 56 * Optigen * EN.SA., C‑712/17 * Rusedespred, C‑138/12 * Terracult, C‑835/18 * Stadeco * Weber’s Wine World * Comateb * Maria Karageorgou (C-78/02) * P (Tankkaarten), C-48/20 * P sp z0.0, C442-22 * P GmbH, C-378/21 * P GmbH II, C-794/23 Zie ook: * Reemtsma * Danfoss * Farkas * HUMDA ---- Dutch Supreme Court 4 March 2016, 14/03556, ECLI:NL:HR:2016:356 \\ 2.3.2. De middelen falen in zoverre. Op grond van artikel 37 van de Wet, welke bepaling moet worden uitgelegd in het licht van artikel 203 van BTW-richtlijn 2006, is de opsteller van een factuur de daarop vermelde btw verschuldigd, zelfs wanneer een belastbare handeling ontbreekt (zie HvJ 13 maart 2014, FIRIN OOD, C-107/13, ECLI:EU:C:2014:151, V-N 2014/16.21, punt 54, en HvJ 11 april 2013, Rusedespred OOD, C-138/12, ECLI:EU:C:2013:233, V-N 2013/20.15, punt 23, en de aldaar aangehaalde rechtspraak). Buiten redelijke twijfel moet in dit verband onder ‘factuur’ worden verstaan elk bescheid waarin van een ander betaling wordt gevorderd. Wanneer een belastingplichtige met een dergelijke factuur ten onrechte mede of uitsluitend de betaling van een als ‘btw’ aangeduid bedrag opeist van een ander, niet zijnde een particulier-eindgebruiker (vgl. HR 14 december 2007, nr. 37748, ECLI:NL:HR:2007:AI0669, BNB 2008/123), wordt hij dit bedrag op de voet van artikel 37 van de Wet verschuldigd. Anders dan de middelen betogen doet, gelet op de hiervoor vermelde jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, aan deze verschuldigdheid niet af dat de gevorderde betaling niet samenhangt met de ondernemingsactiviteiten van de desbetreffende belastingplichtige. ----- 2.4.3. Voor zover de middelen tot uitgangspunt nemen dat bij heffing van omzetbelasting op grond van artikel 37 van de Wet sprake is van een juridisch en feitelijk vergelijkbare situatie als waarop de hiervoor in 2.4.2 bedoelde richtlijn- en wetsbepaling betrekking hebben, falen de middelen eveneens. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie (zie het hiervoor in 2.3.2 vermelde arrest Rusedespred OOD, alsmede de in dat arrest aangehaalde jurisprudentie) dat aan de heffing van btw op grond van artikel 203 van BTW-richtlijn 2006 ten grondslag ligt dat op een factuur vermelde btw is verschuldigd, ook indien deze bij vergissing is vermeld en ongeacht of btw moet worden voldaan op grond van een aan btw onderworpen handeling. Dit een en ander met het oog op het uitschakelen van het gevaar dat belastinginkomsten verloren gaan doordat de ontvanger van de factuur de btw – hoezeer ook ten onrechte – in aftrek brengt, aldus het Hof van Justitie. Hoewel het recht op aftrek niet kan worden uitgeoefend voor btw die ingevolge artikel 203 van deze richtlijn uitsluitend is verschuldigd op grond van de vermelding ervan op de factuur (zie HvJ 13 december 1989, Genius Holding B.V., C-342/87, ECLI:EU:C:1989:635, BNB 1990/237), is het gevaar voor verlies van belastinginkomsten niet uitgeschakeld zolang de ontvanger van een factuur waarop ten onrechte btw is vermeld, deze niettemin nog kan gebruiken om die btw in aftrek te brengen. Met een dergelijke doelstelling is niet verenigbaar de opvatting dat de belastingdienst bij toepassing van artikel 37 van de Wet niet meer omzetbelasting mag innen dan de ondernemer ter zake van het uitreiken van de desbetreffende factuur van de ontvanger van de factuur aan omzetbelasting heeft ontvangen. ---- * Consortium Remi Group \\ **In geval van niet-betaling is géén sprake van ten onrechte gefactureerde btw.** \\ 59. Allereerst moet met betrekking tot de voor de verlaging van de maatstaf van heffing van de btw geldende voorwaarde dat de belastingplichtige de oorspronkelijk uitgereikte facturen heeft gecorrigeerd, worden opgemerkt dat deze voorwaarde – anders dan de directeur en de Europese Commissie betogen – niet voortvloeit uit artikel 203 van de btw-richtlijn. \\ 60. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is deze bepaling immers enkel van toepassing wanneer er ten onrechte btw in rekening is gebracht, zodat zij geen betrekking heeft op gevallen waarin het juiste btwbedrag is vermeld op de factuur [zie in die zin arrest van 8 december 2022, Finanzamt Österreich (Bij vergissing aan eindverbruikers gefactureerde btw), C‑378/21, EU:C:2022:968, punten 21 en 23]. \\ 61. Daarentegen valt zowel een vereiste dat de oorspronkelijke factuur wordt gecorrigeerd als een vereiste waarbij de overeenkomstige verlaging van de maatstaf van heffing van een belastingplichtige bij nietbetaling afhankelijk wordt gesteld van de voorafgaande mededeling door die belastingplichtige aan zijn schuldenaar – indien deze eveneens een belastingplichtige is – van zijn voornemen om de btw geheel of gedeeltelijk te annuleren, tegelijkertijd binnen de werkingssfeer van artikel 90, lid 1, en van artikel 273 van de btw-richtlijn (zie in die zin arresten van 26 januari 2012, Kraft Foods Polska, C‑588/10, EU:C:2012:40, punt 24 en 6 december 2018, Tratave, C‑672/17, EU:C:2018:989, punt 35) ====4. Literatuur==== * {{ :verschuldigdheid:doesum_-_a_law_of_counteracting_forces_-_ec_tax_review_2013-3.pdf |A.J. van Doesum, A Law of Counteracting Forces: The Reimbursement of Overcharged, Unduly Paid, Overcollected and Overpaid VAT, EC Tax Review 2013-3}} ----