Terra Baubedarf
HvJ 29 april 2004, Zaak C-152/02, Terra Baubedarf-Handel GmbH tegen Finanzamt Osterholz-Scharmbeck, ECLI:EU:C:2004:268, FED 2004/707
32 Blijkens artikel 18, lid 1, sub a, gelezen in samenhang met artikel 22, lid 3, van de Zesde richtlijn
is daarentegen de uitoefening van het recht op aftrek als bedoeld in artikel 17, lid 2, sub a, van deze richtlijn normaliter gebonden aan het bezit van het origineel van de factuur of van het document dat, volgens de door de betrokken lidstaat vastgestelde criteria, kan worden geacht als zodanig dienst te doen (arrest Reisdorf, reeds aangehaald, punt 22).
33 Met betrekking tot de aanslagperiode waarvoor genoemde aftrek dient te worden toegepast, is van belang dat, zoals de Duitse regering en de Commissie hebben benadrukt, uit de Duitse versie van artikel 18, lid 2, eerste alinea, van de Zesde richtlijn niet met nauwkeurigheid kan worden opgemaakt of de periode waarvoor het recht op aftrek kan worden ingeroepen de periode is waarin het recht op aftrek is ontstaan of die waarin zowel is voldaan aan de voorwaarde inzake het bezit van de factuur als die inzake het recht op aftrek.
34 Ondanks de dubbelzinnigheid van de Duitse versie van genoemde bepaling op dit punt, volgt evenwel uit met name de Franse en de Engelse versie van de Zesde richtlijn dat de aftrek waarop artikel 17, lid 2, van deze richtlijn doelt, moet worden
toegepast voor de aanslagperiode waarin aan de twee in artikel 18, lid 2, eerste alinea, van deze richtlijn gestelde voorwaarden is voldaan.__ Met andere woorden, de levering van de goederen of het verrichten van de diensten moet hebben plaatsgevonden en de belastingplichtige moet in het bezit zijn van de factuur of van het document dat, volgens de door de betrokken lidstaat vastgestelde criteria, kan worden geacht als zodanig dienst te doen__.