Senatex
HvJ 15 september 2016, Zaak C-518/14, Senatex GmbH tegen Finanzamt Hannover-Nord, ECLI:EU:C:2016:691, V-N 2016/47.16
38 In de tweede plaats heeft het Hof geoordeeld dat het fundamentele beginsel van btw- neutraliteit eist dat aftrek van voorbelasting wordt toegestaan indien de materiële voorwaarden daartoe zijn vervuld, ook wanneer een belastingplichtige niet voldoet aan bepaalde formele voorwaarden (zie in die zin de arresten van 21 oktober 2010, Nidera Handelscompagnie, C‑385/09, EU:C:2010:627, punt 42 en aldaar aangehaalde rechtspraak, en 1 maart 2012, Kopalnia Odkrywkowa Polski Trawertyn P. Granatowicz, M. Wąsiewicz, C‑280/10, EU:C:2012:107, punt 43). Zoals eraan is herinnerd in punt 29 van het onderhavige arrest,
is het bezit van een factuur die de in artikel 226 van richtlijn 2006/112 bedoelde vermeldingen bevat, een formele en geen materiële voorwaarde voor het recht op btw- aftrek.
39 In de derde plaats heeft het Hof in punt 38 van het arrest van 29 april 2004, Terra BaubedarfHandel (C‑152/02, EU:C:2004:268) weliswaar geoordeeld dat het recht op aftrek moet worden uitgeoefend met betrekking tot de aanslagperiode waarin de goederen zijn geleverd of de diensten zijn verricht en waarin de belastingplichtige in het bezit is van de factuur, maar de zaak die tot dat arrest heeft geleid, betrof een onderneming die niet over een factuur beschikte op het moment dat zij het recht op aftrek heeft uitgeoefend, en het Hof heeft zich dus niet over de gevolgen in de tijd van de correctie van een oorspronkelijk opgestelde factuur uitgesproken. Zoals de advocaat-generaal in punt 39 van zijn conclusie heeft opgemerkt, verschilt die zaak van de zaak in het hoofgeding, doordat Senatex in het bezit van de facturen was op het tijdstip van uitoefening van haar recht op btw-aftrek en de voorbelasting had voldaan.