Sandra Puffer
43 Wanneer de belastingplichtige bij de verkrijging van een investeringsgoed er daarentegen voor kiest, dat goed volledig in zijn privévermogen te houden of voor slechts een deel voor bedrijfsactiviteiten te gebruiken, kan voor het voor het privévermogen bestemde deel geen recht op aftrek ontstaan (zie in die zin arresten van 11 juli 1991, Lennartz, C‑97/90, Jurispr. blz. I‑3795, punten 8 en 9, en 21 april 2005, HE, C‑25/03, Jurispr. blz. I‑3123, punt 43).
44 In dat geval kan voor een later gebruik voor bedrijfsdoeleinden van het deel van het goed dat in het privévermogen is gehouden, evenmin recht op aftrek ontstaan, aangezien volgens artikel 17, lid 1, van de Zesde richtlijn het recht op aftrek ontstaat op het tijdstip waarop de aftrekbare belasting verschuldigd wordt. In de huidige gemeenschapsregeling bestaat er geen herzieningsregeling in die zin, zoals de advocaat-generaal in punt 50 van haar conclusie heeft opgemerkt.
Champignonkwekerij-arrest
Hoge Raad 30 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3175
VOF etikettering pand vennoten
HR 17 december 2021, nr. 19/05647, ECLI:NL:HR:2021:1836, BNB 2022/23 (VOF etikettering pand vennoten)