42. Daarbij komt dat volgens vaste rechtspraak van het Hof een regel van nationaal recht op grond waarvan rechters die niet in laatste aanleg uitspraak doen, zijn gebonden door het rechtsoordeel van de hogere rechters, eerstgenoemde rechters niet de bevoegdheid kan ontnemen het Hof vragen voor te leggen over de uitlegging van het Unierecht waarop bedoeld oordeel betrekking heeft. Volgens het Hof moet het de niet in laatste aanleg uitspraak doende rechter immers vrijstaan zich met zijn vragen tot het Hof te wenden indien hij meent dat het rechtsoordeel van de hogere rechter hem tot een met het Unierecht strijdig vonnis zou kunnen brengen (arrest van 5 maart 2019, Eesti Pagar, C‑349/17, EU:C:2019:172, punt 52 en aldaar aangehaalde rechtspraak
Kobler, C-224/01
38. In dit verband moeten worden opgemerkt dat het belang van het beginsel van de eerbiediging van het gezag van gewijsde niet kan worden betwist (zie arrest Eco Swiss, reeds aangehaald, punt 46). Om zowel de stabiliteit van het recht en van de rechtsbetrekkingen, als een goede rechtspleging te garanderen, is het van belang dat rechterlijke beslissingen die definitief zijn geworden nadat de beschikbare beroepsmogelijkheden zijn uitgeput of na afloop van de voor deze beroepen voorziene termijnen, niet meer opnieuw in geding kunnen worden gebracht.