Indien een lidstaat bepaalde werkzaamheden niet wil belasten, dient hij dat te doen dmv vrijstellingen en niet door beperking van het begrip belastingplichtige. Bijlage A, sub 2 ad artikel 4, tweede alinea
Geldt dat ook voor belastbare handeling?
Vgl. art. 2 Tweede RL, en 2 Zesde RL
“Op de eerste vraag moet derhalve worden geantwoord dat hij die regelmatig doch uitsluitend om niet diensten verricht jegens ondernemers niet kan worden aangemerkt als belastingplichtige in de zin van artikel 4 van de Tweede richtlijn.”
waarmee de vergoeding dient te geschieden.
do et das (ik geef en jij geeft). Men dient een dergelijk geval te onderscheiden van de figuur welke wordt gekarakteriseerd door do ut des (ik geef in de hoop dat jij daarom zult geven).
Art. 2. Aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen:
a. de leveringen van goederen en de diensten, welke in het binnenland door een belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht;
b. de invoer van goederen.
Art. 4. Als belastingplichtige wordt beschouwd ieder die zelfstandig en regelmatig, met of zonder winstoogmerk, handelingen verricht welke tot de werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter behoren.
Bijlage A, Tweede Richtlijn, sub a, ad artikel 4.
Bijl. A nr. 2 ad artikel 4
De term 'werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter' moet in ruime zin worden opgevat, zodat zij elke economische bedrijvigheid omvat, derhalve met inbegrip van de winning van delfstoffen, de landbouw en de vrije beroepen.
Indien een Lid-Staat overweegt bepaalde werkzaamheden niet te belasten, dient zulks veeleer door middel van vrijstellingen te geschieden dan door het van het toepassingsgebied van belasting uitsluiten van de personen die deze werkzaamheden verrichten.
De Lid-Staten hebben de bevoegdheid om ieder die de in artikel 4 bedoelde handelingen niet regelmatig verricht, eveneens als belastingplichtige aan te merken.
De term 'zelfstandig' beoogt met name loontrekkenden die met hun werkgever een arbeidsovereenkomst hebben aangegaan, van de belastingheffing uit te sluiten. Voorts biedt deze term elke Lid-Staat de mogelijkheid personen, die juridisch gezien wel zelfstandig zijn, doch onderling financieel, economisch en organisatorisch verbonden zijn, niet als afzonderlijk belastingplichtigen te beschouwen, maar te zamen als één belastingplichtige aan te merken. De Lid-Staat die voornemens is een dergelijke regeling in te voeren, gaat over tot de in artikel 16 bedoelde raadpleging.
De Staat, de provincies, de gemeenten en de andere publiekrechtelijke lichamen worden in beginsel niet als belastingplichtige aangemerkt voor de werkzaamheden die zij ter uitoefening van het openbaar gezag verrichten. Indien deze lichamen evenwel de werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter uitoefenen, kunnen zij voor deze werkzaamheden als belastingplichtige worden aangemerkt.
Subsidies / forfaitaire bijdragen
Amper Metal, r.o. 27: rechtstreeks verband: afhankelijkheid