C-498/99, Town & County Factors Ltd
23 Tot slot kan niet staande worden gehouden dat een rechtsbetrekking in de zin van het reeds aangehaalde arrest Tolsma ontbreekt omdat de uitvoering van de op de dienstverrichter rustende verplichtingen niet in rechte kan worden afgedwongen. <wrap em>Wanneer die verrichter en de ontvanger van de dienst zijn overeengekomen dat de uitvoering van deze verplichting niet in rechte kan worden afgedwongen, vormt een dergelijke overeenkomst immers reeds de uitdrukking van een rechtsbetrekking in bedoelde zin</wrap>.
C‑11/15, Český rozhlas
23 Wat de openbareomroepdienst betreft die aan de orde is in het hoofdgeding, zij vastgesteld dat er tussen Český rozhlas en de personen die de radioomroepbijdrage moeten betalen, geen rechtsbetrekking bestaat waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld, en er evenmin sprake is van een rechtstreeks verband tussen deze openbareomroepdienst en de bijdrage.
24 In het kader van de verrichting van de betrokken dienst zijn Český rozhlas en de betrokken personen immers niet <wrap em>verbonden door een contractuele verhouding of transactie waarbij een prijs wordt afgesproken, en zelfs niet door een juridische verbintenis die de ene partij vrijwillig jegens de andere is aangegaan</wrap>.
C‑21/20, Balgarska natsionalna televizia
32 Wat betreft de audiovisuele mediadiensten die een nationale openbare televisieomroep ten behoeve van televisiekijkers verricht, die door de staat worden gefinancierd met een subsidie en waarvoor de kijkers geen omroepbijdrage betalen, bestaat er tussen deze omroep en deze kijkers geen rechtsbetrekking waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld, en is er evenmin sprake van een rechtstreeks verband tussen deze audiovisuele mediadiensten en deze subsidie (zie naar analogie arrest van 22 juni 2016, Český rozhlas, C‑11/15, EU:C:2016:470, punt 23).
33 Allereerst moet immers worden opgemerkt dat die omroep en die kijkers in het kader van de verrichting van die diensten niet zijn <wrap em>verbonden door een contractuele verhouding of transactie waarbij een prijs wordt afgesproken, en zelfs niet door een juridische verbintenis die de ene partij vrijwillig jegens de andere is aangegaan</wrap>. De toegang van deze kijkers tot de audiovisuele mediadiensten die deze omroep verricht is ook vrij en de betrokken activiteit komt in het algemeen alle potentiële kijkers ten goede.
Gevoegde zaken C‑250/14 en C‑289/14, Air-France KLM en Hop!Brit Air SAS
23 Dit is het geval wanneer er een rechtstreeks verband bestaat tussen de verrichte dienst en de
ontvangen tegenprestatie, en de betaalde bedragen dus de daadwerkelijke tegenprestatie vormen
voor een individualiseerbare dienst die is verricht in het kader van een dergelijke rechtsbetrekking (arrest Société thermale d’EugénielesBains, C‑277/05, EU:C:2007:440, punt 19 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
24 Voorts is in artikel 10, lid 2, van de Zesde richtlijn en de gewijzigde Zesde richtlijn gepreciseerd dat het belastbare feit van de in artikel 2, punt 1, bedoelde belasting slechts plaatsvindt op het tijdstip waarop de dienst wordt verricht.
25 Daaruit volgt dat een dienst zoals het luchtvervoer van passagiers onderworpen is aan btw wanneer ten eerste het bedrag dat een passagier aan een luchtvaartmaatschappij betaalt <wrap em>in het kader van een rechtsbetrekking – die de concrete vorm van een vervoersovereenkomst aanneemt</wrap> – rechtstreeks verband houdt met en de vergoeding vormt voor een individualiseerbare dienst, en ten tweede dat deze dienst is verricht.
Conclusie AG Kokott in Fluvius Antwerpen
39. Het feit dat het Hof in latere rechtspraak weliswaar meermaals heeft geoordeeld dat een dienst enkel „onder bezwarende titel” wordt verricht wanneer tussen de verrichter en de ontvanger van de dienst een rechtsbetrekking bestaat(9), doet daaraan niet af. Over de vereiste aard van een dergelijke rechtsbetrekking heeft het Hof immers tot dusver geen uitsluitsel gegeven. Binnen het toepassingsgebied van een algemene verbruiksbelasting moet die veeleer ruim worden opgevat.(10) Het hoeft daarbij niet te gaan om een „normale” contractuele rechtsbetrekking, want ook een zogenoemde ereschuld kon niet beletten dat er een verband bestond tussen de dienstverrichting en de „eershalve” betaalde vergoeding.(11)