Table of Contents

Vordering door overheid



1. Aantekeningen


2. Regelgeving


3. Jurisprudentie

C‑21/20, Balgarska natsionalna televizia

38. Ten slotte kan uit artikel 25, onder c), van de btw-richtlijn geen andere conclusie worden getrokken. Een dienst kan volgens deze bepaling weliswaar onder meer het verrichten van een dienst op grond van een vordering door of namens de overheid, dan wel krachtens de wet zijn, maar zoals de advocaat-generaal in de punten 35 en 36 van zijn conclusie heeft aangegeven, kan deze bepaling – waarin alleen wordt gepreciseerd dat een dienst deze vorm „kan” aannemen – niet als grondslag dienen om diensten die niet onder bezwarende titel worden verricht in de zin van artikel 2, lid 1, onder c), van deze richtlijn, aan de btw te onderwerpen


Conclusie AG Kokott, Fluvius Antwerpen

44. (…) Artikel 14, lid 2, onder a), van de btw-richtlijn veronderstelt immers dat de eigendomsoverdracht van een goed plaatsvindt ingevolge een vordering door of namens de overheid dan wel krachtens de wet.(15) Het klassieke toepassingsgeval van artikel 14, lid 2, onder a), van de btw-richtlijn is dan ook onteigening tegen betaling van een schadevergoeding.

(…)

46. Aan artikel 14, lid 2, onder a), van de btw-richtlijn ligt immers de overweging ten grondslag dat het geen verschil mag maken of de belastingplichtige een verbruiksgoed vrijwillig overdraagt tegen betaling van een vergoeding dan wel of die overdracht onvrijwillig gebeurt, maar ook tegen betaling van een vergoeding. Die benadering kwam nog duidelijker naar voren in het voorstel voor de Zesde richtlijn, dat de Commissie destijds had gedaan. Daarin luidde artikel 5, lid 2, nog dat als levering wordt beschouwd: „f) de eigendomsovergang van een goed tegen betaling van een vergoeding, ingevolge een vordering door of namens de overheid, indien de vrijwillige overdracht van dit goed belastbaar zou zijn”.(16) Hieruit bleek duidelijker dat het de wetgever in wezen gaat om een gelijke behandeling bij gelijke leveringen aan de consument. De reden waarom en de grondslag waarop een verbruiksgoed tegen betaling van een vergoeding wordt overgedragen, zouden geen verschil mogen maken.

47. Die overweging klinkt nog steeds door in de bewoordingen van artikel 14, lid 2, onder a), van de btw-richtlijn. (…)


4. Literatuur