Table of Contents

Dwangsom


1. Aantekeningen

Uit artikel 4:17 van de Awb volgt dat het bestuursorgaan een dwangsom verbeurt als niet tijdig een beschikking op aanvraag wordt gegeven. De dwangsom wordt verbeurd vanaf twee weken na het moment waarop het bestuursorgaan in gebreke is gesteld, zo volgt uit het derde lid van die bepaling.

De Afdeling heeft over de ingebrekestelling in ABRvS 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1290, r.o. 5.1 geoordeeld dat dit geen aanvraag is in de zin van artikel 4:17, eerste lid, van de Awb, zodat het daarop te nemen dwangsombesluit (waarmee dus wordt bedoeld: de in artikel 4:18 van de Awb bedoelde beschikking ter vaststelling van de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom) geen beschikking op aanvraag is in de zin van artikel 4:17, eerste lid, van de Awb. Een bestuursorgaan kan dus geen dwangsom verbeuren wegens het niet tijdig nemen van een dwangsombesluit.

Daarnaast heeft de Afdeling in ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4448, r.o. 4.1 geoordeeld dat ook een bezwaar tegen een dwangsombesluit geen aanvraag is in de zin van artikel 4:17, eerste lid, van de Awb. Er kan dus ook geen dwangsom worden verbeurd bij het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar tegen een dwangsombesluit. Blijkens die uitspraak is dit oordeel in lijn met de hiervoor genoemde uitspraak van 16 april 2014. In verschillende uitspraken na 10 december 2014 heeft de Afdeling die lijn bevestigd (bijvoorbeeld: ABRvS 8 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1582, r.o. 4.1; ABRvS 24 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1343, r.o. 6.1).


2. Regelgeving


3. Jurisprudentie


4. Literatuur