Conclusie Kokott,
Syndyk Masi
29. Aangezien dus is voldaan aan de voorwaarden van artikel 395, lid 1, van de btw-richtlijn, is de verenigbaarheid van de bijzondere maatregel met artikel 273 van de btw-richtlijn hier niet aan de orde, hoewel de verwijzende rechter een vraag in die zin heeft gesteld. Hoe dan ook vormt artikel 395, lid 1, van de btw-richtlijn de meer specifieke rechtsgrondslag voor de bijzondere maatregel
30. Ook valt te betwijfelen of artikel 273 van de btw-richtlijn überhaupt een geldige rechtsgrondslag zou kunnen vormen voor de invoering van de bijzondere maatregel. In tegenstelling tot artikel 395, lid 1, van de btw-richtlijn, dat maatregelen toestaat om (als alternatief) de belastinginning te vereenvoudigen of belastingfraude of -ontwijking te voorkomen, staat artikel 273 van de btw-richtlijn alleen toe dat aanvullende verplichtingen worden opgelegd om (cumulatief) de juiste inning van de belasting te waarborgen en belastingfraude te voorkomen. Met de bijzondere maatregel wordt echter niet de juiste inning van de belasting nagestreefd, maar alleen het voorkomen van belastingfraude (en belastingderving). Bovendien is de bijzondere maatregel juist geen aanvullende verplichting, maar een afwijking van de btw-richtlijn. Afwijkingen zijn echter alleen toegestaan op grond van artikel 395 van de btw-richtlijn.