1. Op pagina 439 van het groene boek staat de vereenvoudigde ABC regeling niet helemaal goed uitgelegd. Sinds 1 januari 2012 heeft te gelden dat B (in NL) in een vereenvoudigde ABC geen nummerverwerving meer zal hebben. Tot zover geen probleem: dat staat goed op pagina 439 van het groene boek. Er staat echter ook dat 'verschuldigdheid van btw ter zake van de verwerving in Duitsland wordt verlegd naar de Duitse afnemer C'. Dat moet zijn 'de btw ter zake van de levering in Duitsland'. Wat vervolgens ook niet klopt, is het stukje waarin naar Facet wordt verwezen: B zou de nummerverwerver zijn, maar dat is sinds 1 januari 2012 niet meer zo: in geval van een vereenvoudigde ABC, waarbij B in Nederland zit, treedt helemaal geen nummerverwerving meer op.
2. In het groene boek wordt op pagina 429 verwezen naar artikel 11 lid 1 onderdeel g sub 1e wet OB (vrijstelling tandartsen). Dit moet uiteraard artikel 11 lid 1 onderdeel g sub 1b zijn, aangezien sub 1e niet bestaat.
3. Op pagina 78 van het groene boek staat dat art. 4 lid 4 van de BTW-richtlijn het aldus stelt: de term zelfstandigheid sluit van belastingheffing loontrekkenden en andere personen uit voor zover zij met hun werkgever (…). Art. 4 lid 4 moet art. 10 van de BTW-richtlijn zijn. Art. 4 lid 4 is de oude bepaling uit de Zesde richtlijn.
4. Op blz. 302 staat art. 12, lid 4 Wet OB in plaats van art. 12, lid 5 Wet OB.
5. Blz. 350. Plaats van dienst van financiële diensten en verzekeringsdiensten aan afnemers buiten de Europese Unie. Deze vinden niet op grond van art. 6, lid 2, onderdeel d, sub 5 plaats in het land van de afnemer (dat is de oude wetsbepaling van voor 1 januari 2010), maar op grond van art. 6, lid 1 (B2B hoofdregel).
6. Blz. 202. Kortingen achteraf. Een korting achteraf valt niet onder art. 79 Btw-richtlijn, maar onder art. 90 Btw-richtlijn.
7. Op bladzijde 185-186, in paragraaf 7.3.14.11, staat dat in de situatie dat een Non-EU dienstverrichter een elektronische dienst verricht aan een EU particulier (B2C), de plaats van dienst op basis van art. 6j, lid 1, onderdeel c Wet OB belastbaar is in Nederland. De plaats van dienst is inderdaad Nederland, echter de basis daarvoor is art. 6h, lid 1 Wet OB.
8. De wijze waarop (al jaren) de herzieningsregels worden uitgelegd, blinkt mijns inziens niet uit in helderheid. Studenten kunnen moeilijk uit de voeten met het groene boek op dit punt.
Vlg. Fundamtentals Ha Ad,
Zie C-281/20, Ferimet, ro 27 en 39: wellicht nieuw stukje opnemen in Hoofdstuk over deduction, materiele voorwaarde dat leverancier belastinplichtige is.
Groet! Frank
Hof van Justitie
Voorbeeld: HvJ 6 februari 2003, C-185/01, ECLI:EU:C:2003:73 (Auto Lease Holland).
Voorbeeld: HvJ 6 februari 2003, C-185/01, ECLI:EU:C:2003:73, BNB 2003/171, m.nt. J.J.P. Swinkels (Auto Lease Holland).
Hoge Raad
Voorbeeld: HR 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6434 (buitenlands hoofdhuis in Nederlandse fiscale eenheid).
- Als het ons gaat om een noot, nemen we wel het jurisprudentietijdschrift op (niet cursief) en de aanduiding m.nt. alsook de voorletters en achternaam van de annotator.
Voorbeeld: HR 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6434, BNB 2002/287, m.nt. M.E. van Hilten (buitenlands hoofdhuis in Nederlandse fiscale eenheid).
Lagere nationale rechtspraak
Voorbeeld: Rb. Den Haag 20 maart 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7059.