Hof Amsterdam 1 januari 2021, nr. 19/01347, ECLI:NL:GHAMS:2021:942 Inspecteur stelt dat korting vergoeding voor een reclamedienst is. In contract staat ook dat de korting wordt verstrekt in ruil voor het voorschrijven van de producten. In die casus stapt het Hof over die contractsbepaling heen, omdat het een eenmalige vergissing zou zijn. Les die daaruit kan worden getrokken is dat als er een dergelijke ruilverhouding in het contract staat, er wel degelijk een gevaar bestaat dat de korting als een vergoeding voor een reclamedienst moet worden gezien. Opmerking: bij geneesmiddelen kan het verboden zijn om promotie te maken. Dat zou dan weer een tegenargument kunnen vormen. In zaak Hof Amsterdam werd overigens ook nog aangegeven dat als de korting afhankelijk is van de aantallen verkochte producten er geen rechtstreeks verband bestaat met een eventuele reclamedienst. Dat zou ook voor TP een interessant argument kunnen vormen.
Als een product 100 euro excl. BTW kost, kost het dus 121 euro inclusief BTW, want het BTW-percentage is 21%. Maar geef je 21% korting over 121 euro, dan geef je 25,41 euro korting, waardoor je meer dan de BTW als korting zou geven.
Diverse winkels cq. reclamebureau's snappen dat niet, inclusief de MediaMarkt in een ver verleden en adverteren met “Geen BTW, dus 21% korting”, maar dat mag dus niet van de reclamecodecommissie ;) In werkelijkheid is het als je het uitrekent zo'n 17% korting (want (21/121)*100% = 17,36%).