Hof Amsterdam, 21 december 2023, nr. 22/2387 tot en met 22/239, ECLI:NL:GHAMS:2023:3182
13.7. Als regel is de civielrechtelijke vorm van een geldverstrekking beslissend voor de belastingwet. Dit is voor de omzetbelasting niet anders. Indien de verstrekking civielrechtelijk niet als aandelenkapitaal geldt, dan heeft voor de fiscale kwalificatie van die geldverstrekking als uitgangspunt te gelden dat bepalend is of er een verplichting tot terugbetaling bestaat. Indien volgens die civielrechtelijke vorm een terugbetalingsverplichting geldt, dan bestaat naar civiel recht een schuld die voor de toepassing van de belastingwet niet als het verstrekken van kapitaal is aan te merken, drie specifieke uitzonderingen daargelaten (Hoge Raad 15 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:874).