HR 13 maart 2026, nr. 23/04342,
ECLI:NL:HR:2026:407
2.2.4 Aangezien het verzoek van belanghebbende om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor het hoger beroep is gedaan en de redelijke termijn voor de behandeling van het hoger beroep is verstreken, voordat het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:567, is gewezen, zal de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) ook worden opgedragen aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het hoger beroep heeft betaald.