Geldt artikel 205 van de Btw-RL alleen voor aansprakelijkheid voor de btw op 1 of meer specifieke btw-handelingen (en dus niet voor een algemene aansprakelijkheid voor btw-schulden)?
Zie:
Adjak
HvJ 27 februari 2025, Zaak C-277/24 M. B. tegen Dyrektor Izby Administracji Skarbowej we Wrocławiu. (Adjak), ECLI:EU:C:2025:130
35 Wat in de eerste plaats de btw-richtlijn betreft, zij in herinnering gebracht dat volgens artikel 205 ervan de lidstaten in de situaties bedoeld in de artikelen 193 tot en met 200 en 202 tot en met 204 van deze richtlijn kunnen bepalen dat een andere persoon dan de belastingschuldige hoofdelijk verplicht is de btw te voldoen.
36 De artikelen 193 tot en met 200 en 202 tot en met 204 van de btw-richtlijn bepalen welke personen tot voldoening van de btw gehouden zijn, overeenkomstig het voorwerp van afdeling 1, met als opschrift „Tegenover de schatkist tot voldoening van de belasting gehouden personen”, van titel XI, hoofdstuk 1, van deze richtlijn, waarvan deze bepalingen deel uitmaken. Artikel 193 van deze richtlijn bepaalt als hoofdregel weliswaar dat de btw verschuldigd is door de belastingplichtige die een belastbare goederenlevering of een belastbare dienst verricht, maar uit de bewoordingen van dit artikel blijkt ook dat in de in de artikelen 194 tot en met 199 ter en 202 van deze richtlijn bedoelde situaties andere personen tot voldoening van deze belasting kunnen of moeten worden gehouden (zie in die zin arrest van 13 oktober 2022, Direktor na Direktsia „Obzhalvane i danachno-osiguritelna praktika”, C‑1/21, EU:C:2022:788, punt 48 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
37 Zo volgt uit de context van de artikelen 193 tot en met 205 van de btw-richtlijn dat artikel 205 van deze richtlijn deel uitmaakt van een geheel van bepalingen die beogen de tot voldoening van de btw gehouden persoon in verschillende situaties vast te stellen (arrest van 13 oktober 2022, Direktor na Direktsia „Obzhalvane i danachno-osiguritelna praktika”, C‑1/21, EU:C:2022:788, punt 49 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
38 Artikel 205 van de btw-richtlijn staat de lidstaten in beginsel dus toe om ten behoeve van een doeltreffende inning van de btw maatregelen vast te stellen op grond waarvan een andere persoon dan degene die uit hoofde van de artikelen 193 tot en met 200 en 202 tot en met 204 van deze richtlijn normalerwijze tot voldoening van deze belasting is gehouden, hoofdelijk verplicht is die belasting te voldoen (arrest van 13 oktober 2022, Direktor na Direktsia „Obzhalvane i danachno-osiguritelna praktika”, C‑1/21, EU:C:2022:788, punt 50 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
39 In het onderhavige geval blijkt niet uit het verzoek om een prejudiciële beslissing dat het mechanisme van hoofdelijke aansprakelijkheid waarin artikel 116 van het belastingwetboek in Polen voorziet, tot doel heeft een persoon aan te wijzen die de belasting op een of meerdere bepaalde belastbare handelingen moet voldoen in de zin van de artikelen 193 en 205 van de btw-richtlijn, in hun onderlinge samenhang gelezen. De krachtens dit mechanisme aangewezen leden of voormalige leden van de raad van bestuur van een vennootschap kunnen immers, onder bepaalde voorwaarden, hoofdelijk aansprakelijk worden geacht
voor alle of een deel van de btw-schulden van deze rechtspersoon, zonder dat deze schulden zijn verbonden aan een of meerdere specifieke belastbare handelingen.
40 Derhalve is artikel 205 van de btw-richtlijn in de omstandigheden van het hoofdgeding niet van toepassing (zie in die zin en naar analogie arrest van 13 oktober 2022, Direktor na Direktsia „Obzhalvane i danachno-osiguritelna praktika”, C‑1/21, EU:C:2022:788, punten 51, 52 en 54).