Proefschrift Tromp
Het criterium “eerste ingebruikneming” dient om onderscheid te maken tussen nieuwe gebouwen, waarvan de bouw en de levering aan btw moet worden onderworpen, en oude gebouwen, die het productieproces hebben verlaten en in het consumptieproces zijn terechtgekomen. 48
Voetnoot
HvJ 22 november 2017 C-251/16 (Cussens e.a.) ECLI:EU:C:2017:881 punt 71
In het Lomoco Development e.a.-arrest heeft het Hof van Justitie EU geoordeeld dat de levering van een terrein waarop een prefab fundering is aangelegd (nog) aan te merken is als de levering van een (onbebouwd) bouwterrein en niet als de levering van een nieuw gebouw.
Voor Nederland lijkt het antwoord op die vraag op het eerste gezicht niet van belang, omdat in beide gevallen sprake is van een levering in de bouw- en handelsfase (levering belast met 21% btw; verkrijging vrijgesteld van overdrachtsbelasting). Maar schijn bedriegt. Of een vast met de grond verbonden fundering voor de btw een gebouw is, is wél van belang bij de sloop van een oud gebouw tot de fundering met het oog op nieuwbouw. Is nog sprake van een oud gebouw, dan is de levering namelijk btw-vrijgesteld en de verkrijging belast met 10,4% overdrachtsbelasting.
Hoewel de rechtspraak van de Hoge Raad naar mijn mening in overeenstemming is met voormeld arrest van het Hof van Justitie EU, is - zoals ik in mijn bijdrage in TFO 2024/191.4 heb betoogd - het opmerkelijke is dat in het vastgoedbesluit volhard is in het beleidsstandpunt dat bij een fundering reeds of nog sprake is van een gebouw wanneer die een functie vervult voor een nieuw gebouw. Wanneer de koper niet of nauwelijks aftrekgerechtigd is, kan het daarom gunstig zijn om een beroep te doen op dit beleidsstandpunt (10,4% overdrachtsbelasting in plaats van 21% niet- of nauwelijks aftrekbare btw).