Mapfre
28. Meer bepaald wat het begrip „handelingen ter zake van verzekering” uit artikel 13, B, onder a), van de Zesde richtlijn betreft, dat nergens in deze richtlijn wordt gedefinieerd, heeft het Hof meermaals geoordeeld dat voor een handeling ter zake van verzekering algemeen als kenmerkend wordt aangenomen dat de verzekeraar zich tegen de voorafgaande betaling van een premie ertoe verbindt, de verzekerde bij het intreden van het verzekerde risico de uitkering te doen die bij het sluiten van de overeenkomst is overeengekomen (zie in die zin arresten Taksatorringen, C‑8/01, EU:C:2003:621, punt 39; Commissie/Griekenland, C‑13/06, EU:C:2006:765, punt 10, en BGŻ Leasing, C‑224/11, EU:C:2013:15, punt 58). \\** 29.** Het Hof heeft benadrukt dat de handelingen ter zake van verzekering, naar de aard ervan, impliceren dat er een rechtsverhouding bestaat tussen de verrichter van de verzekeringsdienst en degene wiens risico’s door de verzekering zijn gedekt, dat wil zeggen de verzekerde (zie arresten Skandia, C‑240/99, EU:C:2001:140, punt 41; Taksatorringen, C‑8/01, EU:C:2003:621, punt 41, en BGŻ Leasing, C‑224/11, EU:C:2013:15, punt 58).
30. Daarenboven is dit begrip „handelingen ter zake van verzekering” in beginsel ruim genoeg om de dekking van een verzekering te omvatten die wordt geboden door een belastingplichtige die zelf geen verzekeraar is, maar die in het kader van een collectieve verzekering zijn klanten een dergelijke dekking verschaft door gebruik te maken van de diensten van een verzekeraar die het verzekerde risico op zich neemt (zie in die zin arresten CPP, C‑349/96, EU:C:1999:93, punt 22, en BGŻ Leasing, C‑224/11, EU:C:2013:15, punt 59).
41. Daarenboven kan, anders dan door Mapfre warranty en Mapfre asistencia in wezen wordt beweerd, de kwalificatie van een verrichting als „handeling ter zake van verzekering” in de zin van artikel 13, B, onder a), van de Zesde richtlijn niet afhangen van de wijze waarop de verzekeraar het door hem gedekte risico beheert en de precieze premie berekent.
42. In dat verband is, zoals door de advocaat-generaal is opgemerkt in punt 28 van zijn conclusie en naar voren komt uit de in punt 28 van dit arrest aangehaalde rechtspraak, de essentie van de „handeling ter zake van verzekering” in de zin van artikel 13, B, onder a), van de Zesde richtlijn, dat de verzekerde zichzelf beschermt tegen het risico van een onzeker, maar potentieel ernstig financieel verlies tegen betaling van een zekere, maar in hoogte beperkte premie.