Beste Ine,
Vorige week stuurde je me een brief aan het Belgische Ministerie van Financiën toe, waarin je een drietal scenario’s uiteen zette over diensten ten aanzien van goederen die worden uitgevoerd. Je vroeg me om te bevestigen of, vanuit een Nederlands perspectief, in die drie scenario’s het nultarief van toepassing is.
In het navolgende zet ik de huidige btw-behandeling uiteen van vervoersdiensten ten aanzien van goederen die worden uitgevoerd. Ik ga daarbij met name in op de vraag in hoeverre het nultarief van toepassing is. Omwille van de overzichtelijkheid, herhaal ik telkens de scenario’s zoals jij die had geschetst.
Als uitgangspunten hanteer ik telkens het volgende:
1. Alle betrokken partijen zijn belastingplichtigen in de zin van artikel 9 van de Btw-richtlijn (vgl. artikel 7 Wet op de omzetbelasting 1968, hierna: ‘Wet OB’). 2. De diensten waar het telkens om gaat zijn vervoersdiensten. Ten overvloede merk ik hier overigens op dat blijkens het besluit van de Staatssecretaris van Financiën, ‘Voorschrift inzake de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende tabel II’ ook andere diensten dan vervoersdiensten voor toepassing van het nultarief in aanmerking kunnen komen (zolang de diensten maar worden verricht ‘ten aanzien van goederen die worden uitgevoerd’). 3. De vervoersdiensten waar het telkens om gaat, worden verricht ‘ten aanzien van goederen die worden uitgevoerd’.
In het algemeen valt op te merken dat in Nederland geen wijziging van de regelgeving en/of uitvoeringspraktijk heeft plaatsgevonden naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie van 29 juni 2017, nr. C-288/16 (L.Č / Atek SIA), ECLI:EU:C:2017:502. Het nultarief wordt thans ook toegepast, indien er géén rechtstreeks juridisch verband of een onderlinge contractuele relatie bestaat tussen de vervoerder en de ontvanger of afzender van de goederen. Bepalend is of de diensten worden verricht ten aanzien van goederen die worden uitgevoerd.
Voor de goede orde merk ik ten slotte nog op dat Nederland de werkelijk gebruik- en exploitatieregels niet toepast op vervoersdiensten (zie artikel 6j Wet OB, vgl. artikel 59bis Btw-richtlijn).
Scenario 1 “A vervoert goederen van Nederland naar het Verenigd Koninkrijk en factureert deze diensten aan zijn klant X, in het Verenigd Koninkrijk: toepassing van nultarief”
Toelichting scenario 1 Als de klant X in het Verenigd Koninkrijk is gevestigd, dan zal op grond van artikel 6, lid 1 Wet OB (vgl. artikel 44 Btw-richtlijn) de plaats van de vervoersdienst in het Verenigd Koninkrijk zijn gelegen. Heffing van Nederlandse omzetbelasting is dan niet aan de orde. A zal ter zake van de vervoersdienst een factuur zonder vermelding daarop van btw dienen te sturen aan klant X. Het op de vervoersdienst toepasselijke tarief dient naar het recht van het Verenigd Koninkrijk te worden beoordeeld.
Indien de goederen naar het Verenigd Koninkrijk worden getransporteerd, maar X is gevestigd in Nederland, dan zal de plaats van de vervoersdienst in Nederland zijn gelegen. Als dan ook A een in Nederland gevestigde ondernemer is, dan is de verleggingsregeling niet van toepassing (artikel 12, lid 3 Wet OB, vgl. artikel 194 Btw-richtlijn is dan niet van toepassing). Op de vervoersdienst van A is het nultarief van toepassing op grond van artikel 9, lid 2, onderdeel b Wet OB, in samenhang met Tabel II, posten b.1 en a.2 Wet OB. Ondernemer A zal de aanspraak op toepassing van het nultarief moeten aantonen aan de hand van boeken en bescheiden; daarbij moet steeds de omstandigheid dienen te blijken dat de (vervoers)diensten betrekking hebben op goederen die op het tijdstip van het verrichten van het vervoer goederen waren die ‘door een ondernemer worden uitgevoerd uit de Unie’
Scenario 2 (onderaanneming)
“B vervoert de goederen in opdracht van A, in eigen naam naar het Verenigd Koninkrijk, B factureert A en A factureert X: toepassing nultarief op beide facturen worden op grond van artikel 9 WOB en Tabel II, Post B1. Het nultarief is ook van toepassing indien B op zijn beurt de opdracht zou laten uitvoeren door een andere transporteur in onderaanneming. Het nultarief is ook van toepassing indien er voorafgaand aan de uitvoer ook nog een vervoer in Nederland zou plaatsvinden”.
Toelichting scenario 2 In dit scenario handelen ondernemers A en B telkens op eigen naam en voor eigen rekening.
Vervoersdienst door ondernemer A A verricht op eigen naam en voor eigen rekening een vervoersdienst aan ondernemer X. De heffing van btw ter zake van deze dienst verloopt op dezelfde wijze als in scenario 1. Dat betekent dat als de plaats van de vervoersdienst in Nederland is gelegen, het nultarief van Tabel II, posten b.1 en a.2 Wet OB van toepassing is, zolang A maar kan aantonen dat de vervoersdienst wordt verricht ten aanzien van goederen die worden uitgevoerd.
Vervoersdienst door ondernemer B Als ondernemer A in Nederland is gevestigd, dan is de plaats van de dienst die B aan A verricht in Nederland, op grond van artikel 6, lid 1 Wet OB (vgl. artikel 44 Btw-richtlijn). Indien ook ondernemer B in Nederland is gevestigd, dan zal de verleggingsregeling niet van toepassing zijn. Ondernemer B kan op de vervoersdienst het nultarief toepassen, op grond van artikel 9, lid 2, onderdeel b Wet OB, in samenhang met Tabel II, posten b.1 en a.2 Wet OB. Dat ondernemer B de vervoersdienst niet rechtstreeks aan ondernemer X verricht, is thans niet van belang. Uiteraard dient ondernemer B de aanspraak op toepassing van het nultarief aan te tonen aan de hand van boeken en bescheiden (zie scenario 1). Zou de in Nederland gevestigde ondernemer B op zijn beurt het vervoer uitbesteden aan een in Nederland gevestigde ondernemer C, dan geldt ook voor de vervoersdienst C-B dat daarop het nultarief van toepassing is, mits uiteraard ondernemer C aan de hand van boeken en bescheiden de aanspraak op het nultarief kan aantonen (zie scenario 1).
Voor wat betreft vervoersdiensten die voorafgaan aan de uitvoer geldt dat daarop het nultarief van toepassing is, indien de ondernemer die deze vervoersdienst(en) verricht met boeken en bescheiden aan kan tonen dat de (vervoers)diensten betrekking hebben op goederen die op het tijdstip van het verrichten van het vervoer goederen waren die ‘door een ondernemer worden uitgevoerd uit de Unie’.
Scenario 3 (commissionair) “A laat B de goederen vervoeren in zijn naam maar voor zijn rekening, B factureert A met vrijstelling van btw en A factureert X: toepassing nultarief op beide facturen worden op grond van artikel 9 Wob en Tabel II, Post B1.”
Toelichting scenario 3 In dit scenario treedt A op als een zogenoemde ‘commissionair’. Op grond van artikel 4, lid 4 Wet OB (vgl. artikel 28 Btw-richtlijn) wordt dan ondernemer B geacht aan ondernemer A te presteren en ondernemer A aan ondernemer X te presteren.
Als de drie betrokken ondernemers (A, B en X) allen in Nederland zijn gevestigd, dan zal de plaats van de vervoersdienst B-A en die van A-X in Nederland zijn gelegen. Er zal geen verleggingsregeling van toepassing zijn op deze diensten. Als ondernemer B kan aantonen dat zijn diensten worden verricht ten aanzien van goederen die worden uitgevoerd, dan kan hij het nultarief van artikel 9, lid 2, onderdeel b en Tabel II, posten b.1 Wet OB daarop toepassen. Hetzelfde geldt voor de dienst die ondernemer A aan ondernemer X verricht (vgl. scenario 1). Een en ander wordt expliciet bevestigd in het ‘Voorschrift inzake de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende tabel II’, paragraaf 1.11.4: “Geschiedt de tussenkomst op eigen naam dan is het nultarief van de onderhavige post daarop van toepassing. Er is dan immers op grond van artikel 4, derde lid, van de Wet sprake van twee afzonderlijke diensten.”
Ik hoop dat ik je vragen hiermee afdoende heb beantwoord. Mocht je nog verdere verduidelijking nodig hebben, bel of mail me dan gerust.
Hartelijke groet,
Ad
—-