Table of Contents
Afnemer van de prestatie
1. Aantekeningen
1.1 Alleen afnemer heeft recht op aftrek
1.1.1 C&D Foods, para. 23
23 In dit verband dient eraan te worden herinnerd dat, zoals de advocaat-generaal heeft opgemerkt in punt 16 van haar conclusie, volgens artikel 168 van richtlijn 2006/112 het recht op aftrek veronderstelt dat de belastingplichtige de ontvanger is van de betrokken goederen of diensten.
1.2 Er kan maar 1 afnemer zijn
1.2.1 DuoDecad, conclusie Kokott, para. 46
46. (…) Dit impliceert dat er slechts één afnemer van een belastbare handeling in de zin van artikel 2, lid 1, onder c), van de btw-richtlijn kan bestaan.
1.2 Rechtsbetrekking bepalend voor afnemerschap?
Proefschrift Tromp
De rechtsbetrekking is daarnaast ook van belang om te bepalen wie de afnemer van een levering of dienst is. Een aanwijzing hiervoor biedt het arrest Lebara. In dat arrest oordeelt het HvJ dat de ontvanger van een telefoondienst diegene is met wie de aanbieder van de telefoondienst in een contractuele verhouding staat waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld.9
Voetnoot
9 HvJ 3 mei 2012 C-520/10 (Lebara) ECLI:EU:C:2012:264 punt 33. In gelijke zin oordeelt het HvJ in HvJ 16 april 2015 C-42/14 (Wojskowa Agencja Mieszkaniowa w Warszawie) ECLI:EU:C:2015:229 punt 26-27 ten aanzien van nutsvoorzieningen en afvalophaaldiensten waarvoor een verhuurder van onroerend goed de overeenkomsten afsluit met de dienstverrichters en waarvan hij de kosten doorberekent aan de huurders. Overigens lijkt het HvJ ten aanzien van leveringen van goederen in dit arrest het criterium van de beschikkingsmacht te hanteren voor de vaststelling wie de afnemer is. In dit verband verwijst het HvJ naar HvJ 6 februari 2003 C-185/01 (Auto Lease Holland) ECLI:EU:C:2003:73.
1.3 Onderscheid 'voor', 'ten behoeve van' en 'aan'?
- HPA - Construções, C-433/22
Onderscheid 'voor', 'ten behoeve van' en 'aan'?
31 Ten tweede blijkt uit de gezamenlijke lezing van de artikelen 106 en 107 van de btw-richtlijn dat, om in aanmerking te komen voor een verlaagd btw-tarief, de in punt 2 van bijlage IV bij deze richtlijn genoemde diensten grotendeels rechtstreeks voor eindverbruikers moeten worden verricht. Een renovatie- of hersteldienst die wordt verricht ten behoeve van een vennootschap of een natuurlijke persoon die eigenaar is van een woning die voor bewoning bestemd is, zonder dat deze woning daadwerkelijk voor die doeleinden wordt gebruikt, kan niet worden geacht te zijn verricht ten behoeve van een eindverbruiker, net zomin als een renovatiedienst die is verleend aan een vennootschap of een natuurlijke persoon die in het kader van zijn beroepsactiviteit een goed voor commerciële doeleinden en niet voor bewoning gebruikt.
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
- Newey
- Loyalty Management
3.1 Vermoeden afnemer (i.h.k.v. verschuldigdheid?)
- Hof Amsterdam, 19 januari 1977, nr. 17963, BNB 1977/64 (Verontreinigingsheffing, schatting - redelijke verdeling bewijslast)
- HR 27 januari 1993, nr. 28258, BNB 1993/110 (
- HR 2 december 2011, nr. 43813, FED 2012/26, V-N 2011/66.19, NTFR 2011/2864
- Hof Amsterdam, 14 september 2021, nr. 19/01235, ecli:NL:GHAMS:2021:2744
5.2. Ter beantwoording van de vraag of belanghebbende afnemer is van de diensten verricht door de in 5.1 genoemde dienstverleners, moet worden onderzocht of zij rechtsbetrekkingen met hen is aangegaan ingevolge welke de diensten zijn verricht (vergelijk Hoge Raad 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1173, rechtsoverweging 2.3.2, en Hof van Justitie 20 juni 2013, Newey, C653/11, ECLI:EU:C:2013:409, punten 40 tot en met 46). Bij dit onderzoek is niet van doorslaggevende betekenis of zijzelf dan wel een ander in eerste instantie de opdracht tot het verrichten van de diensten heeft verstrekt. Het ligt veeleer in de rede te beoordelen of belanghebbende partij is bij rechtsbetrekkingen als hiervoor bedoeld op het moment dat de dienst wordt verricht in de zin van artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet OB 1968. Eerst dan vindt immers het belastbare feit plaats en moet (definitief) worden bepaald wie afnemer is. Dit brengt met zich dat belanghebbende, ook als de opdracht tot dienstverlening in eerste instantie is verstrekt door een ander, afnemer van de dienst kan zijn geworden door in de plaats van die ander te treden, mits dit is geschied uiterlijk op het tijdstip waarop de dienst is verricht.
5.3. Voor het bewijs van het afnemerschap is van belang dat het behoudens tegenbewijs ervoor moet worden gehouden dat degene die in een factuur wordt genoemd als degene aan wie de op die factuur omschreven dienst is verleend, de afnemer is van die dienst (vergelijk Hoge Raad 2 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU6535). Het tegenbewijs kan, zoals te doen gebruikelijk bij vermoedens, worden geleverd door feiten en omstandigheden te stellen, en zo nodig aannemelijk te maken, die redelijke twijfel erover doen ontstaan of degene die wordt vermoed afnemer te zijn, dit ook daadwerkelijk is (vergelijk Hoge Raad 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:63, rechtsoverweging 3.5.3). Anders dan de inspecteur in wezen betoogt en de rechtbank in punt 28 van haar uitspraak in wezen heeft overwogen, is tegendeelbewijs dus niet vereist om het vermoeden omtrent de persoon van de afnemer te ontzenuwen.
3.2 Rechtsbetrekking
- ALH
- Loyalty mgnt
- Rayon D'Or
- EQ
- Fast Bunkering
- Vega
- Lebara
33 Om vast te stellen wie de ontvanger is van de enige dienst die door de betrokken aanbieder onder bezwarende titel wordt verricht, en dus wat de enige belastbare prestatie is, moet worden bepaald met wie - de distributeur of de eindgebruiker – de aanbieder van telefoondiensten in een contractuele verhouding staat waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld.
3.3 Identiteit afnemer
- B2 Engergy
13. Volgens de verwijzende rechter heeft het Hof in het arrest van 9 december 2021, Kemwater ProChemie (C‑154/20, EU:C:2021:989), erkend dat is voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor het recht op btw-aftrek wanneer de belastingdienst, in het geval dat de identiteit van de leverancier niet is vastgesteld, over de nodige informatie beschikt om na te gaan of deze leverancier btw-plichtig is. (…)
3.4 Afnemer: betaling en contract
- Conclusie Kokott, Latvijas Informācijas un komunikācijas tehnoloģijas asociācija, C-87/23
32. Aangezien de btw tot doel heeft de uitgaven te belasten die de afnemer van een dienst maakt voor een consumptiegoed, kan deze ontvanger in beginsel worden bepaald door uit te gaan van de persoon die voor de dienst heeft betaald. Deze laatste draagt namelijk de overeenkomstige kosten omdat de dienst voor hem een verbruikbaar voordeel vormt dat hij heeft ontvangen. In het algemeen blijkt uit de contractuele bepalingen wie de ontvanger van de dienst is
36. Aangezien de presterende ondernemer in het btw-recht als belastingontvanger voor rekening van de staat optreedt(10), moet om te bepalen wie de prestatie verricht in beginsel worden uitgegaan van de persoon die de tegenprestatie heeft ontvangen. De reden hiervoor is dat alleen deze persoon de in de tegenprestatie begrepen btw aan de staat kan afdragen. In het algemeen blijkt dit eveneens uit de contractuele bepalingen. (…)
- HvJ 8 februari 2007, nr. C-435/05, Investrand
- Hof Amsterdam, nr. 06/00072, V-N 2007/18.1.5 (Geen aftrek kosten adviezen DGA)
4. Literatuur
- Jeroen Bijl, VAT Deduction: The Relevance of Being ‘The Recipient’ of a Supply and the Use of the Supply, EC Tax Review 2020-5
EC Tax Review 2020-5 - G.C. Bulk, Wereldwijde contracten en btw, Btw Brief 1998, nr. 2
