aftrek:onlosmakelijke_samenhang
Table of Contents
Onlosmakelijke samenhang
1. Aantekeningen
1.1 Onstaan vs. omvang recht op aftrek
- Commentaar NLFiscaal
Het Hof van Justitie maakt in dit kader consequent onderscheid tussen het ontstaan van het recht op aftrek, dat enkel afhankelijk is van de hiervoor genoemde hoedanigheid waarin de ondernemer op het moment van verwerven van het goed of de dienst handelt, en de daaropvolgende vaststelling van de omvang van het recht op aftrek en eventuele daaropvolgende herzieningen, in welk kader het eigenlijke gebruik van de goederen en diensten van belang is.
Zie o.a. HvJ 11 juli 1991, C-97/90 (Lennartz), ECLI:EU:C:1991:315, r.o. 15; HvJ 8 juni 2000, C-396/98 (Schloßstraße), ECLI:EU:C:2000:303, r.o. 37; HvJ 19 juli 2012, C-334/10 (VOF X), ECLI:EU:C:2012:473, r.o. 17; HvJ 28 februari 2018, C-672/16 (Imofloresmira), ECLI:EU:C:2018:134, NLF 2018/0618, met noot van Sparidis, r.o. 39.
- Imofloresmira
HvJ 28 februari 2018, Zaak C-672/16, Imofloresmira – Investimentos Imobiliários SA tegen Autoridade Tributária e Aduaneira, ECLI:EU:C:2018:134, FED 2018/103,
r.o. 35
Overeenkomstig artikel 167 van de btw-richtlijn ontstaat het recht op aftrek op het tijdstip waarop de aftrekbare belasting verschuldigd wordt. Daarom is het bestaan van een recht op aftrek alleen afhankelijk van de hoedanigheid waarin iemand op dat tijdstip handelt (zie in die zin arresten van 11 juli 1991, Lennartz, C‑97/90, EU:C:1991:315, punt 8, en 30 maart 2006, Uudenkaupungin kaupunki, C‑184/04, EU:C:2006:214, punt 38).
(…)
r.o. 39
Tevens zij eraan herinnerd dat de toepassing van het btw-stelsel en derhalve van de aftrekregeling afhankelijk is van de vraag of de goederen of diensten zijn afgenomen door een belastingplichtige die als zodanig handelt. Het daadwerkelijke of voorgenomen gebruik van de goederen of diensten is enkel bepalend voor de omvang van de voorbelasting die de belastingplichtige krachtens artikel 168 van de btw-richtlijn oorspronkelijk mag aftrekken, en voor de omvang van eventuele herzieningen tijdens de daaropvolgende perioden, maar is niet van invloed op het ontstaan van het recht op aftrek (zie in die zin arrest van 11 juli 1991, Lennartz, C‑97/90, EU:C:1991:315, punt 15).
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
3.1 'Hoe dan ook' criterium
- HR 2021 07 16 - 19-02837 - Zonnepanelen aftrek btw grond - ECLI_NL_HR_2021_1158
3.3.2 Bij de beoordeling of een verband als hiervoor in 3.3.1 omschreven bestaat, moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden waaronder de belastingplichtige de betrokken uitgaven heeft gedaan en hij de betrokken prestaties verricht. De aftrek moet worden beperkt tot uitgaven die objectief verband houden met de belastbare activiteit van de belastingplichtige.3 Of een rechtstreeks en onmiddellijk verband in de hiervoor bedoelde zin bestaat, moet worden beoordeeld aan de hand van de objectieve inhoud van de gebruikte goederen of diensten. Eveneens moet rekening worden gehouden met de uitsluitende oorzaak van de verwerving van het goed of de dienst. Wanneer vaststaat dat een uitgave niet ten behoeve van de belastbare activiteit van de belastingplichtige is gedaan, kan niet worden aangenomen dat tussen deze uitgave en die activiteit een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat in de zin van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.4 Een rechtstreeks en onmiddellijk verband ontbreekt als de belastingplichtige de desbetreffende uitgave toch zou hebben gedaan wanneer hij geen belastbare economische activiteit had uitgeoefend.5
- Rechtbank Gelderland 7 december 2023, AWB - 22/1132, ECLI:NL:RBGEL:2023:6621
37. Volgens de inspecteur is er geen rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de bouw van de woning en de voorgenomen verhuur van de zolderverdieping. Volgens hem zou de woning ook zijn gebouwd met de zolder zonder dat sprake zou zijn van een belaste verhuur van de zolderverdieping. Gelet op r.o. 3.3.3 van het arrest van 16 juli 2021 is het dan aan belanghebbende om feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken waaruit dat verband wél kan worden afgeleid. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende hiervoor onvoldoende heeft gesteld. [gemachtigde] heeft in dit kader, ter zitting, slechts aangevoerd dat de intentieovereenkomst is gesloten vóór het sluiten van de koop-/aanneemovereenkomst. Daarmee heeft belanghebbende niet voldaan aan de op haar rustende stelplicht en bewijslast dat de zolder enkel en alleen met als doel om deze belast te gaan verhuren aan de woning is toegevoegd. De rechtbank heeft hierbij ook meegewogen dat belanghebbende zelf heeft verklaard dat op het moment van de (eerste) facturen die zagen op de bouw van de zolderverdieping nog niet duidelijk was of de zolder überhaupt belast verhuurd zou worden. Gelet hierop acht de rechtbank aannemelijk dat de woning ook met zolder gebouwd zou zijn als de zolder niet voor ondernemingsactiviteiten zou worden gebruikt. Daarom kan belanghebbende de aan de verhuur van de zolderverdieping toe te rekenen omzetbelasting in het tweede kwartaal 2020 niet als voorbelasting in aftrek brengen.
- Conclusie van advocaat-generaal A. Rantos van 25 september 2025, C-513/24, ECLI:EU:C:2025:736 (Oblastní nemocnice Kolín)
Verplichte aanschaf uitrusting voor vrijgestelde diensten: algemene kosten?
4. Literatuur
- H.W.M. van Kesteren, Directe en algemene kosten in de btw, WFR 2008, 6757
aftrek/onlosmakelijke_samenhang.txt · Last modified: by avdoesum
