Site Tools


beginselen:evenredigheid

Evenredigheid

1. Aantekeningen

1.1 Europees evenredigheidsbeginsel

  1. Evenredigheidsbeginsel in art. 52(1) Handvest
    Inbreuk op grondrecht alleen gerechtvaardigd als
    1. De maatregel een legitiem doel nastreeft
    2. De maatregel geschikt is om dat doel te bereiken
    3. De maatregel noodzakelijk is om dat doel te bereiken: er moet geen even geschikt, maar minder vergaand middel voorhanden zijn
  2. Evenredigheidsbeginsel in engere zin
    Is er een evenwichtige verhouding tussen de gebruikte middelen en het beoogde doel

Zie: Conclusie Kokott in Max7 Design, C-519/22, para. 44


1.2 Exceptieve toetsing

Exceptieve toetsing houdt in dat algemeen verbindende voorschriften (geen wet in formele zin), door de rechter kunnen worden getoetst op rechtmatigheid / verenigbaarheid met hogere regelgeving en of het algemeen verbindend voorschrift een voldoende deugdelijke grondslag biedt voor het in geding zijnde besluit.


1.3 Lagere regelgeving toetsen

Wat is het belang van de CBB uitspraak (https://www.nlfiscaal.nl/nlfiscaal-doc/983CDB33C0D4F42300258AEC00359AA1#metaInformation)? Daarin is geoordeeld dat besluiten op basis van een algemeen verbindend voorschrift (avv) wel degelijk getoetst kunnen worden aan het evenredigheidsbeginsel. Besluiten op basis van de Uitvoeringsbeschikking OB en het Uitvoeringsbesluit OB komen mogelijk in beeld indien en voorzover deze in specifieke gevallen tot onredelijke uitkomsten leiden. Eerste ideetje: “als geheel genomen” uit 11 lid 2 Uitv. Besl. met betrekking tot werkelijk gebruik leidt ertoe dat werkelijk gebruik nauwelijks kan worden toegepast…


1.4 Geen beroep op evenredigheidsbeginsel mogelijk in geval van fraude

  • MS KLJUČAROVCI
    HvJ 3 december 2025, Zaak T-646/24, MS KLJUČAROVCI, d. o. o. - v stečaju tegen Republiek Slovenië, ECLI:EU:T:2025:1081
    60 Dienaangaande moet er in navolging van de Republiek Slovenië op worden gewezen dat volgens de rechtspraak de weigering om een voordeel ontleend aan de btw-richtlijn toe te passen, niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, het neutraliteitsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel of het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen. Die beginselen kunnen immers niet op goede gronden worden aangevoerd door een belastingplichtige die opzettelijk aan belastingfraude heeft deelgenomen en het functioneren van het gemeenschappelijke btw-stelsel in gevaar heeft gebracht (zie in die zin arrest van 7 december 2010, R., C‑285/09, EU:C:2010:742, punten 53 en 54).

2. Regelgeving

2.1 Verdrag betreffende de EU

Artikel 5, lid 4 VEU
4. Krachtens het evenredigheidsbeginsel gaan de inhoud en de vorm van het optreden van de Unie niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken.

De instellingen van de Unie passen het evenredigheidsbeginsel toe overeenkomstig het protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.

Opmerking AvD: Deze verdragsbepaling lijkt te zien op de bevoegdheden en het gedrag van de EU (diens instellingen) en niet op de bevoegdheden en het gedrag van de lidstaten. Het is bedoeld om duidelijke grenzen af te bakenen voor het optreden van instellingen van de Europese Unie (EU) (zie: Glossarium van samenvattingen, Evenredigheidsbeginsel). Daarmee lijkt het evenredigheidsbeginsel in art. 5, lid 4 VEU niet relevant bij implementatiehandelingen door lidstaten.


2.2 Handvest

Artikel 52 - Reikwijdte en uitlegging van de gewaarborgde rechten en beginselen

1. Beperkingen op de uitoefening van de in dit Handvest erkende rechten en vrijheden moeten bij wet worden gesteld en de wezenlijke inhoud van die rechten en vrijheden eerbiedigen. Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel kunnen slechts beperkingen worden gesteld, indien zij noodzakelijk zijn en daadwerkelijk beantwoorden aan door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
2. De door dit Handvest erkende rechten die voorkomen in bepalingen van de Verdragen, worden uitgeoefend onder de voorwaarden en binnen de grenzen die door deze Verdragen zijn gesteld.
3. Voor zover dit Handvest rechten bevat die corresponderen met rechten welke zijn gegarandeerd door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zijn de inhoud en reikwijdte ervan dezelfde als die welke er door genoemd verdrag aan worden toegekend. Deze bepaling verhindert niet dat het recht van de Unie een ruimere bescherming biedt.
4. Voor zover dit Handvest grondrechten erkent zoals die voortvloeien uit de constitutionele tradities die de lidstaten gemeen hebben, moeten die rechten in overeenstemming met die tradities worden uitgelegd.
5. Aan de bepalingen van dit Handvest die beginselen bevatten, kan uitvoering worden gegeven door wetgevings- en uitvoeringshandelingen van de instellingen, organen en instanties van de Unie en door handelingen van de lidstaten wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen, bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden. De rechterlijke bevoegdheid ten aanzien van die bepalingen blijft beperkt tot de uitlegging van genoemde handelingen en de toetsing van de wettigheid ervan.
6. Met de nationale wetgevingen en praktijken moet ten volle rekening worden gehouden, zoals bepaald in dit Handvest.
7. De toelichting, die is opgesteld om richting te geven aan de uitlegging van dit Handvest van de grondrechten, wordt door de rechterlijke instanties van de Unie en van de lidstaten naar behoren in acht genomen.

//Opmerking AvD: Zie ik het goed, dan volgt uit lid 5 dat beperkingen op de door het Handvest geborgde rechten moeten voldoen aan het evenredigheidsbeginsel en dat dat niet alleen geldt voor beperkingen die instellingen van de Unie aanbrengen maar ook voor beperkingen die lidstaten aanbrengen, wanneer dat althans gebeurt bij het ten uitvoer brengen van het Unierecht. //


3. Jurisprudentie

  • Schmelz
    HvJ 26 oktober 2010, Zaak C-97/09, Ingrid Schmelz tegen Finanzamt Waldviertel, ECLI:EU:C:2010:632, V-N 2010/58.20
  • Raad van State, 2 februari 2022, nr. 202002668-1-A3, ECLI:NL:RVS:2022:285 (Harderwijks drugspand)
  • Conclusie van Advocaat-Generaals Widdershoven en Wattel, 7 juli 2021, nr. 202002668-1-A3, ECLI:NL:PHR:2020:615 (Harderwijks drugspand)
  • CBB: Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL)
    College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26 maart 2024, nrs. 22/201 en 22/1594,ECLI:NL:CBB:2024:190 (Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL)
  • HR 25 februari 1949, nr. 8127, ECLI:NL:HR:1949:AG1963, NJ 1949/558 (Doetinchemse woonruimtevorderingszaak)
  • HR 12 november 1997, nr. 32 168, ECLI:NL:HR:1997:AA3314, BNB 1998/124
  • ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:772
  • HR 6 oktober 2023, nr. 21/03566, ECLI:NL:HR:2023:1371 (Prejudiciële vragen Herdijk)
  • College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26 maart 2024, nrs. 22/201 en 22/1594, ECLI:NL:CBB:2024:190
  • Ampafrance
  • Webmind Licenses
  • C-539/09
  • Conclusie AG Trstenjak van 25 mei 2011, nr. C-539/09
  • Zabrus Siret
    50 Niettemin moeten de lidstaten in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel middelen aanwenden waarmee het met de nationale regeling nagestreefde doel weliswaar doeltreffend kan worden bereikt, doch die de beginselen van de wettelijke regeling van de Unie, zoals het fundamentele beginsel van het recht op aftrek van de btw, zo min mogelijk aantasten (arrest van 10 juli 2008, Sosnowska, C‑25/07, EU:C:2008:395, punt 23).
  • Adjak
    CJEU 27 February 2025, Case C-277/24 Adjak (M. B. v Dyrektor Izby Administracji Skarbowej we Wrocławiu), ECLI:EU:C:2025:130

4. Literatuur

beginselen/evenredigheid.txt · Last modified: by avdoesum