Site Tools


belastbare_handeling:bezwarende_titel

Bezwarende titel

1. Aantekeningen

1.1 Vereist voor belastbare prestatie

  • Transactie tussen partijen, waarbij een prijs of tegenwaarde is bedongen (Tolsma, r.o. 12)
  • rechtstreeks verband tussen de verrichte dienst en de ontvangen tegenprestatie (Tolsma, r.o. 13, Apple & Pear, r.o. 11 en 12.
  • Rechtstreeks verband tussen de verrichte dienst en de ontvangen tegenwaarde (coop aardappel, ro.o. 12)
  • Rechtsbetrekking waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld (Tolsma, r.o. 14)
  • de door de dienstverrichter ontvangen vergoeding vormt de werkelijke tegenwaarde voor de aan de ontvanger verleende dienst (Tolsma, r.o. 14)
  • Overeenkomst (Tolsma r.o. 17)
  • Noodzakelijk verband tussen dienst en betaling (Tolsma r.o. 17)
  • Bedragen worden niet volstrekt vrijwillig en willekeurig gegeven (Tolsma r.o. 19)
  • Hoogte van de bedragen moet vast te stellen zijn (Tolsma r.o. 19) –> indien niet bepaalbaar, geen rechtstreeks verband (coop aardappel r.o. 12)
  • Tegenwaarde van een dienst moet kunnen worden uitgedrukt in geld (Coop aardappel, r.o. 13)

1.2 Reikwijdte btw niet via belastingplicht beperken

Indien een lidstaat bepaalde werkzaamheden niet wil belasten, dient hij dat te doen dmv vrijstellingen en niet door beperking van het begrip belastingplichtige. Bijlage A, sub 2 ad artikel 4, tweede alinea

Geldt dat ook voor belastbare handeling?


1.3 Begrip diensten

  • Het begrip diensten omvat 1) diensten om niet en 2) diensten onder bezwarende titel

Vgl. art. 2 Tweede RL, en 2 Zesde RL

  • HvJ EG 1 april 1982, nr. 89/81 (Hong Kong), BNB 1982/311, r.o. 13 (Jur. 1982, blz. 1277):

“Op de eerste vraag moet derhalve worden geantwoord dat hij die regelmatig doch uitsluitend om niet diensten verricht jegens ondernemers niet kan worden aangemerkt als belastingplichtige in de zin van artikel 4 van de Tweede richtlijn.”


1.4 Vorm vergoeding niet relevant

  • Suzlon, r.o. 64
    Vervolgens staat de omstandigheid dat de tegenwaarde van deze dienstverrichting de vorm van debetnota’s heeft gekregen er niet aan in de weg dat deze tegenprestatie wordt gekwalificeerd als vergoeding in de zin van artikel 2, lid 1, onder c), van richtlijn 2006/112. Het Hof heeft er namelijk reeds op gewezen dat het, om te bepalen of een dienst onder bezwarende titel is verricht, irrelevant is dat een dergelijke vergoeding niet de vorm heeft van een betaling van een provisie of van specifieke kosten (arrest van 22 oktober 2015, Hedqvist, C-264/14, EU:C:2015:718, punt 29 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

1.5 Bezwarende titel en garantie

  • HvJ, Suzlon, r.o. 67
    Hierbij moet worden benadrukt dat het voor de aanduiding als dienst onder bezwarende titel niet uitmaakt of de geleverde goederen onder garantie staan, tenzij die garantie van invloed is op een van de in die bepaling genoemde criteria. Dat zou bijvoorbeeld het geval zijn indien de dienstverrichter had opgetreden in naam en voor rekening van een derde, en dan louter de betreffende bedragen voor de verworven goederen en de vervangings- of reparatiewerkzaamheden had doorberekend via doorlopende posten in de zin van artikel 79, eerste alinea, onder c), van richtlijn 2006/112, zonder de btw uit een eerder stadium af te trekken, en onder vermelding, op de bestellingen en de facturen, van de naam van de vennootschap voor rekening waarvan de goederen waren verworven en de werkzaamheden waren verricht.

1.6 R/C Boeking

  • Conclusie AG Bobek ik Gmina Wroclaw III (665/16)
    86. Ten eerste, het feit dat vergoeding plaatsvond door middel van een boekhoudkundige handeling sluit het daadwerkelijke karakter daarvan niet uit, aangezien noch de btw-richtlijn, noch de rechtspraak specifieke voorwaarden stelt aan de betalingswijze of boekhoudkundige procedure

waarmee de vergoeding dient te geschieden.


1.7 Schuldvernieuwing

1.8 Schenking en gift

do et das (ik geef en jij geeft). Men dient een dergelijk geval te onderscheiden van de figuur welke wordt gekarakteriseerd door do ut des (ik geef in de hoop dat jij daarom zult geven).


1.9 Btw dient pas te worden geheven als een betaling heeft plaatsgevonden

  • Terra Baubedarf
    HvJ 29 april 2004, Zaak C-152/02, Terra Baubedarf-Handel GmbH tegen Finanzamt Osterholz-Scharmbeck, ECLI:EU:C:2004:268, FED 2004/707
    35 Deze uitlegging is in overeenstemming met vaste rechtspraak volgens welke het in de artikelen 17 en volgende van de Zesde richtlijn voorziene recht op aftrek, dat integrerend deel uitmaakt van de BTW-regeling en in beginsel niet kan worden beperkt, onmiddellijk kan worden uitgeoefend voor alle belasting die is geheven op de in eerdere stadia verrichte handelingen (zie met name arresten van 11 juli 1991, Lennartz, C‑97/90, Jurispr. blz. I‑3795, punt 27, en 8 januari 2002, Metropol en Stadler, C‑409/99, Jurispr. blz. I‑81, punt 42). De uitoefening van dit recht op aftrek veronderstelt dat de belastingplichtigen in beginsel geen betaling uitvoeren en derhalve geen voorbelasting betalen voordat zij een factuur hebben ontvangen of een ander document dat kan worden geacht als zodanig dienst te doen, en dat de BTW niet kan worden geacht een bepaalde handeling te belasten voordat zij is betaald.

2. Regelgeving

1.2 Tweede richtlijn

Art. 2. Aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen:
a. de leveringen van goederen en de diensten, welke in het binnenland door een belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht;
b. de invoer van goederen.

Art. 4. Als belastingplichtige wordt beschouwd ieder die zelfstandig en regelmatig, met of zonder winstoogmerk, handelingen verricht welke tot de werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter behoren.

Bijlage A, Tweede Richtlijn, sub a, ad artikel 4.
Bijl. A nr. 2 ad artikel 4
De term 'werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter' moet in ruime zin worden opgevat, zodat zij elke economische bedrijvigheid omvat, derhalve met inbegrip van de winning van delfstoffen, de landbouw en de vrije beroepen.

Indien een Lid-Staat overweegt bepaalde werkzaamheden niet te belasten, dient zulks veeleer door middel van vrijstellingen te geschieden dan door het van het toepassingsgebied van belasting uitsluiten van de personen die deze werkzaamheden verrichten.

De Lid-Staten hebben de bevoegdheid om ieder die de in artikel 4 bedoelde handelingen niet regelmatig verricht, eveneens als belastingplichtige aan te merken.

De term 'zelfstandig' beoogt met name loontrekkenden die met hun werkgever een arbeidsovereenkomst hebben aangegaan, van de belastingheffing uit te sluiten. Voorts biedt deze term elke Lid-Staat de mogelijkheid personen, die juridisch gezien wel zelfstandig zijn, doch onderling financieel, economisch en organisatorisch verbonden zijn, niet als afzonderlijk belastingplichtigen te beschouwen, maar te zamen als één belastingplichtige aan te merken. De Lid-Staat die voornemens is een dergelijke regeling in te voeren, gaat over tot de in artikel 16 bedoelde raadpleging.

De Staat, de provincies, de gemeenten en de andere publiekrechtelijke lichamen worden in beginsel niet als belastingplichtige aangemerkt voor de werkzaamheden die zij ter uitoefening van het openbaar gezag verrichten. Indien deze lichamen evenwel de werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter uitoefenen, kunnen zij voor deze werkzaamheden als belastingplichtige worden aangemerkt.


3. Jurisprudentie

3.1 Algemene jurisprudentie bezwarende titel

  • HvJ EG 1 april 1982, nr. 89/81 (Hong Kong), BNB 1982/311, r.o. 9 en 10. (Jur. 1982, blz. 1277)
  • HvJ EG 3 maart 1994, nr. C-16/93 (Tolsma), BNB 1994/271, r.o. 12 -14
  • HvJ EG 5 februari 1981, nr. 154/80 (Cooperatieve aardappelenbewaarplaats), BNB 1981/232
    Zie voor vervolgarrest HR: BNB 1990/34, r.o. 12 (ook gepubl. in Jur. 1981, blz. 445)
  • HvJ EG 23 november 1988, nr. 230/87 (Naturally Yours Cosmetics), Jur. 1988, blz. 6365, ro. 11.
  • HvJ EG 8 maart 1988, nr. 102/86 (Apple and Pear Development Council), Jur. 1988, blz. 1443, r.o. 11 en 12.
  • HvJ EG 29 februari 1996, nr. C-215/94 (Jurgen Mohr), V-N 1996, blz. 1648
  • HvJ EG 18 december 1997, nr. C-384/95 (Landboden Agrardienste), V-N 1998/5.17
  • HvJ EG 21 maart 2002, nr. C-174/00 (Kennemer Golfclub), V-N 2002/20.13
  • HR 10 juni 1981, nr. 19 537, BNB 1981/233
    –> vergoeding art 4-1 / 8-1 Wet OB = bezwarende titel 2-1 RL / tegenprestatie 11A -1a RL
  • HR 14 september 1988, nr. 25 005, FED 1988/739
    –> daarmee gemoeide economische belangen
  • Glawe
  • HvJ EG 17 september 2002, nr. C-498/99 (Town & Country Factors), V-N 2002/50.16
  • HvJ EG 18 juli 2007, nr. C-277/05 (Société thermale d'Eugénie-les-Bains), V-N 2007/34.25, r.o. 30.
    –> betaling vermoeden prestatie
  • HvJ EG 27 september 2001, nr. C-16/00 (Cibo), FED 2002/31
  • HvJ EG 14 juli 1998, nr. C-172/96 (First National Bank of Chicago), V-N 1998/57.18
  • Hof Arnhem, 2 januari 2003, nr. 00/1357, V-N 2003/24.17, r.o. 4.3.
    Deze subjectieve waarde is volgens het Gerechtshof Arnhem zodanig in de Zesde Richtlijn verankerd, dat het onder geen beding geoorloofd is om hiervan af te wijken.

3.2 Forfaitaire vergoeding

  • NTN
  • Saudaçor
  • Lajvér

Subsidies / forfaitaire bijdragen

  • Český rozhlas (C‑11/15, EU:C:2016:470)
  • Le Rayon d’Or (C‑151/13, EU:C:2014:185)
  • Balgarska natsionalna televizia (C-21/20)
  • Kennemer

Amper Metal, r.o. 27: rechtstreeks verband: afhankelijkheid


3.3 Onzekere vergoeding

3.4 Negatieve vergoeding

  • Stellantis Portugal, conclusie AG Kokott
    27. In het licht van het voorgaande zou er sprake zijn van een dienstverrichting tegen een negatieve vergoeding, waarin echter uit het oogpunt van de btw niet is voorzien of die geen gevolgen heeft voor de btw voor de „dienstverrichter”. Dit is ook logisch, aangezien de btw als algemene verbruiksbelasting tot doel heeft de kosten van een consumptiegoed te belasten.(7) Indien de afnemer van een dienst echter geen kosten draagt, maar integendeel nog geld ontvangt, is er geen reden om btw in rekening te brengen. Voor zover de koper van een goed, afhankelijk van de in het contract vastgelegde omstandigheden, achteraf meer of minder voor een levering moet betalen, pleit dit duidelijk tegen een dienst van de koper en veeleer voor een aanpassing van de tegenprestatie voor de reeds geleverde levering.

4. Literatuur

  • J.T. Sanders, Een goede btw-vergoeding vergoedt veel, Btw Brief 1998, nr. 6/7
  • J. Reugebrink, Organisaties die uitsluitend om niet presteren, WFR 1985, nr. 5683
  • M.E. van Hilten, De maatstaf van btw-heffing: Hoe subjectief is subjectief, WFR 1995/6134
  • W.A.P. Nieuwenhuizen, Tolsma en het gelijk van het Hof van Justitie, WFR 1995/6138
  • W.A.P. Nieuwenhuizen, Ondernemer in de omzetbelasting: Een beetje zwanger is mogelijk!, WFR 1993/6080
  • A.L.C. Simons, Terug naar de basis van de btw: het maatschappelijk verkeer?, WFR 1994/6086
  • A.H.R.M. Denie, Minder muziek bij het jubileum van de btw?, WFR 1994, nr. 6068
  • J.L.M.L. Vervloed, No show, Btw-brief 2007, 8-9

belastbare_handeling/bezwarende_titel.txt · Last modified: by avdoesum