Table of Contents
Overbrenging van eigen goederen
1. Aantekeningen
1.1 Geen overbrenging: goederen waarvoor bij invoer vrijstelling geldt
Art. 3a(2)(g) Wet OB
Zoals vanmorgen besproken ben ik in de voorwaarden voor toepassing van tijdelijke invoer met vrijstelling van invoerrechten gedoken. Hierbij vanuit de situatie geredeneerd dat goederen uit een derde land de EU binnen worden gebracht (hoewel dit bij TKH niet aan de orde is – zoals besproken). We zien mogelijkheden om een beroep te doen op deze regeling, zouden de betreffende goederen uit een derde land komen.
In de btw-wetgeving wordt verwezen naar de tijdelijke invoer vrijstelling van art. 250 DWU. Er zijn verschillende situaties waar tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten (en btw) kan worden toegepast. Deze situaties zijn verder uitgewerkt in de Gedelegeerde Verordening DWU. Een van deze situaties betreft goederen voor evenementen of voor de verkoop in bepaalde situaties in art. 234 GVo. DWU. In lid 2 van dit artikel staat het volgende:
Er wordt volledige vrijstelling van invoerrechten verleend voor goederen die door de persoon aan wie zij toebehoren, voor onderzoek worden geleverd aan een persoon in de Unie, die het recht heeft deze goederen na dat onderzoek te kopen.
Dit lijkt exact de situatie bij TKH. Echter, in het Handboek Douane van de Nederlandse Douane (geen wetgeving) staat nog wat aanvullende toelichting:
Het gaat hier om goederen die niet zijn aan te merken als stalen en monsters, maar om exclusieve en unieke goederen, waarvan er geen tweede exemplaar is, bijvoorbeeld sieraden, handgeknoopte tapijten, goud- en zilversmidwerk, schilderijen, beeldhouwwerken etc.
Een persoon woonachtig in het douanegebied van de Unie krijgt nu de kans om deze voorwerpen te onderzoeken, voordat hij of zij kan besluiten tot koop over te gaan.
Dat lijkt dan weer niet het geval. Maar zoals gezegd is dit geen wetgeving, maar een richtlijn over de toepassing van deze regeling door de Nederlandse Douane. Er is echter nog een soort vangnetbepaling waarmee men in dit geval toch een volledige vrijstelling kan claimen. Dit betreft art. 236 GVo. DWU t.a.v. ‘andere goederen’:
Er kan volledige vrijstelling van invoerrechten worden verleend voor andere dan de in de artikelen 208 tot en met 216 en 219 tot en met 235 bedoelde goederen of goederen die niet aan de voorwaarden van deze artikelen voldoen, in de twee volgende situaties:
a) de goederen worden incidenteel ingevoerd voor een periode van ten hoogste drie maanden; b) de goederen worden ingevoerd in bijzondere situaties zonder economische gevolgen in de Unie.
Ik weet niet hoe lang de goederen gemiddeld op het vliegveld gebruikt worden alvorens men besluit het wel of niet te kopen. Maar op basis van de bovenstaande bepalingen kan gebruik worden gemaakt van een tijdelijke invoer vrijstelling, in ieder geval wanneer de betreffende goederen minder dan drie maanden gebruikt worden voordat besloten wordt om wel of niet te kopen. Als dit doorgaans langer dan drie maanden is dan zou men op basis van de wetgeving kunnen stellen dat aan de voorwaarden wordt voldaan, echter de toepassing van de Nederlandse Douane lijkt niet helemaal overeen te komen met deze situatie.
De Douane zal in het geval van TKH echter niet betrokken worden, de vraag is enkel of de tijdelijke invoer vrijstelling van toepassing zou zijn als de betreffende goederen uit een derde land de EU binnengebracht zouden worden.
Wat wellicht wel nog van belang is, is dat wanneer de goederen onder deze vrijstelling geïnstalleerd zouden worden op een vliegveld in Duitsland, en de afnemer na onderzoek en gebruik besluit om deze goederen te kopen, de goederen in Duitsland in het vrije verkeer gebracht worden, omdat dat de plaats is waar de goederen zich op dat moment bevinden. Wanneer men dit volgt voor de btw dan zal TKH zich wellicht alsnog moeten registreren in Duitsland om een lokale levering met Duitse btw te verrichten. Maar je zou misschien ook kunnen zeggen dat dit een intracommunautaire levering is waarbij het vervoer al heeft plaatsgevonden. Maar deze btw-behandeling kunnen jullie beter beoordelen.
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
- Chep Equipment Pooling
- Dresser-Rand, C‑606/12 en C‑607/12, EU:C:2014:125
