Table of Contents
Beroep of bedrijf
1. Aantekeningen
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
3.1 Organisatie van kapitaal en arbeid
- Hof 's-Hertogenbosch 26 oktober 1983, BNB 1985/76
(…) dat in dat artikel onder een bedrijf moet worden verstaan een organisatie van kapitaal en arbeid, welke er op is gericht om in een duurzaam streven door deelneming aan het maatschappelijk verkeer maatschappelijke behoeften te bevredigen;
BNB 1985/76 HOF 's-Hertogenbosch, Derde Enkelv. Belastingk., 26 oktober 1983 (Rolno. 4686/1981) (Mr. Urlings)
(Art. 7, lid 1, OB '68)
[OB art. 7 lid 1] ondernemer / nevenwerkzaamheden / van niet-ondernemer [OB art. 7 lid 1] ondernemer / bedrijf [OB art. 7 lid 1] ondernemer / begrip
[Essentie] Reparatiewerkzaamheden, verricht in avonduren en weekeinden voor twee opdrachtgevers. Onderneming? Belangh., die een volledige dienstbetrekking als chauffeur vervult in het bedrijf van zijn vader, repareert in de avonduren en in de weekeinden vrachtauto's, grondverzetmachines e.d. van dit bedrijf en van een op hetzelfde adres gevestigd bedrijf van zijn broer en zuster. De werkzaamheden worden verricht in een door hem gekochte in de nabijheid van de bedrijven gelegen loods. Belangh. heeft t.z.v. de reparaties facturen uitgeschreven. De daarop vermelde ob is o.g.v. de zgn. kleine-ondernemersregeling niet afgedragen. De insp. is van oordeel dat belangh. niet als ondernemer kan worden aangemerkt en heeft de ob van belangh. nageheven op de voet van art. 37 OB '68. Hof: onder een bedrijf in de zin van art. 7, lid 1, OB '68 moet worden verstaan een organisatie van kapitaal en arbeid, welke er op is gericht om in een duurzaam streven door deelneming aan het maatschappelijke verkeer maatschappelijke behoeften te bevredigen. Nu i.c. sprake is van in de avonduren en weekeinden verrichte nevenwerkzaamheden welke kennelijk slechts enkele uren per week in beslag nemen en nu belangh. slechts twee opdrachtgevers heeft, terwijl niet te verwachten is dat hij meer opdrachtgevers zal krijgen, kan niet worden gezegd dat belangh. een bedrijf in vorenbedoelde zin uitoefent. De bedoeling van belangh. om de werkzaamheden als ondernemer te verrichten en zijn inschrijving als zodanig bij de Kamer van Koophandel brengen hierin geen verandering.
[Tekst] Het Gerechtshof enz.; Gezien het beroepschrift van de heer X te Z, tegen de uitspraak van de Insp. op zijn bezwaarschrift betreffende de hem opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 1981 tot en met 31 juli 1981, aanslagnummer 118447; Gezien … O. dat de naheffingsaanslag, welke is opgelegd tot een bedrag van f 2360, waarin begrepen een bedrag van f 1180 aan enkelvoudige belasting en een verhoging van de enkelvoudige belasting met 100% of f 1180, bij de uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd; dat belanghebbende ter zitting in afwijking van zijn beroepschrift uitsluitend als grief aanvoert dat hij voor toepassing van de Wet OB '68 ten onrechte niet is aangemerkt als ondernemer en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Inspecteur en vermindering van de aanslag tot een ten bedrage van f 731, zonder verhoging, terwijl de Inspecteur concludeert tot vernietiging van de uitspraak en vermindering van de aanslag tot een bedrag van f 1180 aan enkelvoudige belasting en een verhoging van de enkelvoudige belasting met 25% of f 295; O. dat op grond van de stukken en de deels hiervan afwijkende verklaringen van partijen ter zitting het volgende, als tussen hen onbetwist, vaststaat: 1. Belanghebbende, is ongehuwd. Hij woont bij zijn ouders in de a-straat 1 te Z. Vanaf 1971 is hij als chauffeur in dienstbetrekking bij het op dat adres gevestigde bedrijf van zijn vader, waar hij de enige werknemer is. Hij heeft daar een volle dagtaak en ontvangt een gebruikelijk salaris. 2. Op het adres a-straat 1 te Z is ook gevestigd de besloten vennootschap Transport- en Grondverzetbedrijf X BV. De aandelen en de leiding van deze vennootschap zijn in handen van belanghebbendes broer en zuster. Deze zuster, die ongehuwd is, woont evenals belanghebbende bij de ouders. 3. In 1975 is belanghebbende begonnen met het verrichten van alle voorkomende reparatie- en onderhoudswerkzaamheden -met uitzondering van algehele revisies -aan de vrachtauto's en grondverzetmachines van zijn vader en van genoemde BV. 4. Het bedrijf van belanghebbendes vader bezit een vrachtauto, een graafmachine en een tractor. Transport- en Grondverzetbedrijf X BV bezit twee vrachtauto's, een bulldozer en een graafmachine. 5. Aanvankelijk verrichtte belanghebbende zijn werkzaamheden in een schuur op het erf van zijn vader, welke schuur ook als stalling voor onder andere de vrachtauto van zijn vader werd gebruikt, maar sedert 1980 in een loods aan de b-weg op ongeveer 500 meter vanaf zijn ouderlijk huis. Deze loods, die hij in dat jaar voor ruim f 26 000 van zijn zuster heeft gekocht, bestaat uit een werkplaats met smeerput, een kantoortje en een toilet. De werkplaats doet tevens dienst als stallingsruimte voor het materieel van eerdergenoemde BV; hij ontvangt hiervoor een vergoeding van f 500 per maand. 6. Naast de aankoop van deze loods heeft belanghebbende nog voor de volgende bedragen investeringen gedaan: in 1975 voor f 7248,58, in 1976 voor f 915, in 1977 voor f 1904,33, in 1978 voor f 1561,36 en in 1979 voor f 5000. Deze investeringen betroffen diverse gereedschappen, zoals een acculader en een krik. In 1979 is een stoomwasapparaat gekocht. Belanghebbende schrijft deze gereedschappen in 10 jaar af. Deze aankopen heeft belanghebbende betaald uit spaargeld van zijn loon als chauffeur. 7. Belanghebbende heeft geen andere opdrachtgevers dan zijn vader en Transport- en Grondverzetbedrijf X BV. Het valt niet te verwachten dat hij meer opdrachtgevers zal krijgen. 8. Belanghebbende verricht de reparatie- en onderhoudswerkzaamheden in de avonden en de weekends. 9. De bruto opbrengst van belanghebbendes reparatiewerkzaamheden en het nettovoordeel na aftrek van doorberekende materiaalkosten, overige kosten en afschrijvingen in de jaren 1975 tot en met 1981 waren als volgt: 1975: omzet en nettovoordeel f 560; 1976: omzet f 5742 en nettovoordeel f 3164 (inclusief rente ad f 133); 1977: omzet f 13 043 en nettovoordeel f 4289 (inclusief rente ad f 227); 1978: omzet f 7308 en nettovoordeel f 1696 (inclusief rente ad f 254); 1979: omzet f 14 070 en nettovoordeel f 6871 (inclusief rente ad f 272); 1980: omzet f 9063 en nettovoordeel f 5524 (inclusief rente ad f 258 en huurinkomsten loods ad f 3000); 1981: omzet f 8686 en nettovoordeel f 7126 (inclusief rente ad f 422 en huurinkomsten loods ad f 6000). In de jaren 1976 tot en met 1980 heeft belanghebbende bijna f 30 000 aan materiaalkosten doorberekend. 10. Belanghebbende heeft zich op 1 december 1975 laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Z. 11. Belanghebbende heeft terzake van de in het tijdvak 1 januari 1981 tot en met 31 juli 1981 verrichte reparaties inclusief de doorgeleverde materialen (f 3560,58) en terzake van de verhuur van de loods (f 3000) facturen uitgeschreven met vermelding van omzetbelasting. De Inspecteur is van oordeel dat belanghebbende geen ondernemer is en heeft op grond van het bepaalde in art. 37 OB '68 de bestreden naheffingsaanslag opgelegd. 12. Tussen partijen is in geschil of belanghebbende voor toepassing van de Wet OB '68 als ondernemer dient te worden aangemerkt, welke vraag belanghebbende bevestigend en de Inspecteur ontkennend beantwoordt. Partijen zijn het erover eens dat voor het geval belanghebbende het gelijk aan zijn zijde heeft, de aanslag behoort te worden vastgesteld op f 731 zonder verhoging van de enkelvoudige belasting. Voor het geval de Inspecteur het gelijk aan zijn zijde heeft zijn partijen het erover eens dat de aanslag behoort te worden verminderd in dier voege dat de enkelvoudige belasting f 1180 bedraagt en -in afwijking van belanghebbendes beroepschrift -de verhoging 25% of f 295; O. dat voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de van ieder van hen afkomstige stukken, waaraan belanghebbende ter zitting zakelijk weergegeven het volgende heeft toegevoegd: Het onderhoud en de reparaties aan het eerdergenoemde materieel, die voor 1975 door een professionele garage werden uitgevoerd, zijn sinds 1975 vrijwel geheel in handen van belanghebbende. Het aantal uren dat met deze werkzaamheden is gemoeid verschilt sterk per week. De ene week is er vrijwel niets te doen, soms werkt belanghebbende echter alle avonden en het weekend. Uitbreiding der werkzaamheden is in de nabije toekomst niet te verwachten, aangezien potentiele klanten, te weten bedrijven met grondverzetmachines, in de regio niet aanwezig zijn. Belanghebbende houdt zijn dienstbetrekking aan om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Uit hetgeen onder de vaststaande feiten is vermeld, volgt dat belanghebbende de bedoeling heeft gehad de werkzaamheden als ondernemer te verrichten, zodat belanghebbende voor toepassing van de Wet op de omzetbelasting 1968 als ondernemer behoort te worden aangemerkt; O. omtrent het geschil: dat belanghebbende naast zijn een volle dagtaak omvattende dienstbetrekking voor twee opdrachtgevers reparatiewerkzaamheden verricht aan vrachtauto's en grondverzetmachines; dat belanghebbende stelt dat hij voor toepassing van de Wet op de omzetbelasting 1968 te dien aanzien als ondernemer behoort te worden aangemerkt, maar dat het Hof deze stelling verwerpt; dat volgens artikel 7, lid 1, van die wet ondernemer is ieder die een bedrijf zelfstandig uitoefent; dat in dat artikel onder een bedrijf moet worden verstaan een organisatie van kapitaal en arbeid, welke er op is gericht om in een duurzaam streven door deelneming aan het maatschappelijk verkeer maatschappelijke behoeften te bevredigen; dat in aanmerking genomen dat het bij de door belanghebbende verrichte reparatiewerkzaamheden handelt om in de avonduren en in de weekends verrichte nevenwerkzaamheden en dat deze kennelijk maar enkele uren per week in beslag nemen afgaande op de door belanghebbende in de jaren 1975 tot en met 1981 behaalde bruto opbrengst exclusief doorberekende materiaalkosten, rente en huurinkomsten, dat belanghebbende slechts twee opdrachtgevers heeft van wie de ene zijn vader en tevens zijn werkgever is en de andere Transport- en Grondverzetbedrijf X BV, waarvan de aandelen en de leiding in handen zijn van zijn broer en zuster, terwijl niet te verwachten valt dat hij meer opdrachtgevers zal krijgen, niet kan worden gezegd dat belanghebbende een bedrijf in vorenbedoelde zin uitoefent; dat belanghebbende het tegendeel niet aannemelijk heeft gemaakt en dit met name niet volgt uit de omstandigheid dat belanghebbende de bedoeling heeft genoemde werkzaamheden als ondernemer te verrichten en dat hij zich als zodanig heeft laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Z; dat gelet op het vorenoverwogene belanghebbendes grief ongegrond is; dat partijen voor dat geval het er over eens zijn dat de naheffingsaanslag behoort te worden verminderd in dier voege dat de enkelvoudige belasting f 1180 bedraagt en de verhoging van de enkelvoudige belasting 25% of f 295, zodat behoort te worden beslist als volgt: Vernietigt … Vermindert …
3.2 Richtlijnconforme uitleg ‘ondernemer’
- HR 2 mei 1984, nr. 22 153, BNB 1984/295
Er moet van worden uitgegaan dat de Nederlandse wetgever bij de totstandkoming van de wet en de aanpassing daarvan aan de Zesde richtlijn aan de term 'ondernemer' geen andere betekenis heeft willen toekennen dan toekomt aan de term 'belastingplichtige' in art. 4 Tweede onderscheidenlijk Zesde richtlijn.
3.3 Beroepshalve gewoonlijk verrichte werkzaamheden
- Lomoco, r.o. 36
Als algemene criteria op basis waarvan een persoon die economische activiteiten verricht de hoedanigheid van btw-plichtige verkrijgt, hanteert de btw-richtlijn dus het feit dat de betrokkene die activiteiten beroepshalve verricht en dat hij die gewoonlijk verricht. Voor vastgoedtransacties worden die criteria evenwel aangepast, aangezien deze richtlijn volgens artikel 12, lid 1, ervan de lidstaten toestaat als belastingplichtige eveneens aan te merken eenieder die incidenteel een gebouw of een gedeelte van een gebouw en het bijbehorende terrein levert vóór de eerste ingebruikneming [artikel 12, lid 1, onder a)], of incidenteel een bouwterrein levert [artikel 12, lid 1, onder b)] (zie in die zin arrest van 16 november 2017, Kozuba Premium Selection, C-308/16, EU:C:2017:869, punt 27).
4. Literatuur
- E.H. van den Elsen en R.N.G. van der Paardt, Het begrip ondernemer in de omzetbelasting, FED, Deventer, 1998
- H. M. J. J. Steenbergen, De ondernemer in de omzetbelasting, WFR 1965/169
- H. M. J. J. Steenbergen, De ondernemer in de omzetbelasting (slot), WFR 1965/145
