bijzondere_regelingen:beleggingsgoud

Beleggingsgoud

1. Aantekeningen

  • In Envirotec, C-550/14, ECLI:EU:C:2016:354 geeft het HvJ in punten 41 en 42 duidelijk aan dat de verleggingsregeling van artikel 198, lid 2 Btw-RL niet geldt voor afgewerkte producten.
  • De regeling van artikel 24ba, lid 1, onderdeel b Uitv. Besl. OB lijkt niet geheel in overeenstemming te zijn met artikel 198, lid 2 van de Btw-richtlijn, waarop het (kennelijk) gebaseerd is. De richtlijn stelt aan de toepassing van de verleggingsregeling (optie voor lidstaten) de voorwaarde dat de levering van het goud of het halffabricaat (of van het beleggingsgoud) plaatsvindt door “een belastingplichtige die een keuzerecht overeenkomstig de artikelen 348, 349 of 350 uitoefent”. Laatstgenoemde artikelen bevatten keuzemogelijkheden om de toepassing van de vrijstelling voor de levering van beleggingsgoud achterwege te laten. Als een ‘optie belaste levering’ dan toepassing vindt, kunnen lidstaten een verleggingsregeling toepassen op de (belaste) levering van dat beleggingsgoud. Artikel 198, lid 2 Btw-richtlijn lijkt dan te bepalen dat – ook wanneer de betreffende levering zelf niet de levering van beleggingsgoud, maar van goud/halfabricaat met zuiverheid 325/1000 betreft – het moet gaan om een belastingplichtige die beleggingsgoud levert, waarop in beginsel de vrijstelling van toepassing is, maar die gebruik heeft gemaakt van de optie belaste levering. Artikel 24ba, lid 1, onderdeel b Uitv. Besl. OB bevat deze eis niet.
  • Het lijkt erop dat art. 198, lid 2 ergens halverwege de rit is gewijzigd. In Envirotec lijkt een andere tekst te zijn gehanteerd dan de huidige.

2. Regelgeving


3. Jurisprudentie


4. Literatuur


bijzondere_regelingen/beleggingsgoud.txt · Last modified: by avdoesum