Site Tools


formeel:beginselen_van_behoorlijk_bestuur

Beginselen van behoorlijk bestuur

1. Aantekeningen


2. Regelgeving


3. Jurisprudentie

  • Conclusie in Napfeny Toll
    60. Het Hof heeft in zijn rechtspraak namelijk reeds vastgesteld dat wanneer een lidstaat het Unierecht ten uitvoer brengt, de vereisten die voortvloeien uit het recht op behoorlijk bestuur – dat de uitdrukking vormt van een algemeen beginsel van het Unierecht – en met name het recht van eenieder dat zijn zaken onpartijdig en binnen een redelijke termijn worden behandeld, van toepassing zijn op een belastingcontrole.(27) Het Hof heeft tevens opgemerkt dat dit beginsel van behoorlijk bestuur vereist dat een administratieve autoriteit – zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde belastingdienst – bij de naleving van haar controleverplichtingen alle relevante aspecten zorgvuldig en onpartijdig onderzoekt, zodat zij er zeker van is dat zij bij de vaststelling van de uiteindelijke beslissing beschikt over gegevens die zo volledig en betrouwbaar mogelijk zijn.(28)
  • Napfény-Toll
    HvJ 13 juli 2023, Zaak C-615/21, Napfény-Toll, ECLI:EU:C:2023:573

    53 Wanneer een nationale overheidsinstantie ten aanzien van een persoon het Unierecht ten uitvoer brengt, heeft die persoon er op grond van het recht op behoorlijk bestuur – dat een afspiegeling vormt van een Unierechtelijk beginsel – recht op dat zijn situatie binnen een redelijke termijn wordt behandeld (zie in die zin arrest van 14 mei 2020, Agrobet CZ, C‑446/18, EU:C:2020:369, punt 43), en dat vervolgens, in geval van een beroep in rechte, ook dit beroep overeenkomstig artikel 47, tweede alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie binnen een redelijke termijn wordt behandeld.

    56 Niettemin dient in herinnering te worden gebracht dat de buitensporig lange duur van een procedure, of het nu gaat om een bestuurlijke of gerechtelijke procedure, alleen een grond voor nietigverklaring van het na afloop ervan genomen besluit kan vormen indien die duur van invloed is geweest op het vermogen van de betrokkene om zich te verdedigen (zie in die zin arresten van 26 november 2013, Gascogne Sack Deutschland/Commissie, C‑40/12 P, EU:C:2013:768, punt 81, en 8 mei 2014, Bolloré/Commissie, C‑414/12 P, niet gepubliceerd, EU:C:2014:301, punt 84).
  • Slovenské Energetické Strojárne
    HvJ 16 mei 2024, Zaak C-746/22 Slovenské Energetické Strojárne a.s. v Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatósága, ECLI:EU:C:2024:403
    50. In de derde plaats is een nationale regeling zoals in het hoofdgeding in strijd met de vereisten die voortvloeien uit het recht op behoorlijk bestuur – dat een afspiegeling vormt van een algemeen beginsel van het Unierecht – en die toepassing vinden op een belastingcontrole. Het beginsel van behoorlijk bestuur vereist namelijk dat een administratieve autoriteit, zoals de belastingautoriteit in het hoofdgeding, ter naleving van haar controleverplichtingen alle relevante aspecten zorgvuldig en onpartijdig onderzoekt, zodat zij haar besluit kan vaststellen op basis van zo volledig en betrouwbaar mogelijke gegevens (arrest van 21 oktober 2021, CHEP Equipment Pooling, C‑396/20, EU:C:2021:867, punt 48 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

4. Literatuur


formeel/beginselen_van_behoorlijk_bestuur.txt · Last modified: by avdoesum