formeel:in_strijd_met_unierecht_geheven
Table of Contents
In strijd met Unierecht geheven
1. Aantekeningen
1.1 Rechter heeft Unierecht verkeerd toegepast
- C-566/17 - Związek Gmin Zagłębia Miedziowego
47. In het verlengde van het voorgaande is de in het hoofdgeding aan de orde zijnde nationale praktijk volgens de verwijzende rechter ten slotte in strijd met artikel 168 van de btw-richtlijn.
48. Dienaangaande zij eraan herinnerd dat de nationale rechters het nationale recht zoveel mogelijk conform het Unierecht moeten uitleggen, en dat die conforme uitlegging in beginsel door de bevoegde nationale belastingautoriteit aan een belastingplichtige kan worden tegengeworpen (zie in die zin arresten van 26 september 1996, Arcaro, C‑168/95, EU:C:1996:363, punten 41 en 42; 5 juli 2007, Kofoed, C‑321/05, EU:C:2007:408, punt 45, en 15 september 2011, Franz Mücksch, C‑53/10, EU:C:2011:585, punt 34).
49. Hoewel de verplichting tot conforme uitlegging voorts niet kan dienen als grondslag voor een uitlegging contra legem van het nationale recht (zie onder meer arrest van 15 april 2008, Impact, C‑268/06, EU:C:2008:223, punt 100 en aldaar aangehaalde rechtspraak), zijn de nationale rechterlijke instanties verplicht om in voorkomend geval vaste rechtspraak te wijzigen wanneer deze berust op een met de doelstellingen van een richtlijn onverenigbare uitlegging van het nationale recht (arresten van 19 april 2016, DI, C‑441/14, EU:C:2016:278, punt 33; 17 april 2018, Egenberger, C‑414/16, EU:C:2018:257, punt 72, en 11 september 2018, IR, C‑68/17, EU:C:2018:696, punt 64).
1.2 Wijze uitoefening van recht op Irimie-rente is aangelegenheid nationale procesorde
- Gräfendorfer Geflügel- und Tiefkühlfeinkost Produktions GmbH
HvJ 28 april 2022, Gevoegde zaken C-415/20, C-419/20 en C-427/20, Gräfendorfer Geflügel- und Tiefkühlfeinkost Produktions GmbH en F. Reyher Nchfg. GmbH & Co. KG vertr. d. d. Komplementärin Verwaltungsgesellschaft F. Reyher Nchfg. mbH tegen Hauptzollamt Hamburg en Hauptzollamt Kiel, ECLI:EU:C:2022:306
74 In deze omstandigheden moet vervolgens met betrekking tot zowel de in de zaken C‑419/20 en C‑427/20 in het geding zijnde douanerechten als de geldboete waarvan sprake is in zaak C‑415/20 worden opgemerkt dat het – volgens vaste rechtspraak van het Hof – bij gebreke van een Unieregeling een aangelegenheid van de interne rechtsorde van elke lidstaat is om de regels vast te stellen voor de betaling van rente in geval van de terugbetaling van in strijd met het Unierecht geïnde geldsommen. Deze regels moeten echter stroken met het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel, waarvan de naleving met name inhoudt dat zij niet van dien aard mogen zijn dat zij de uitoefening van het door het Unierecht gewaarborgde recht op rentebetaling in de praktijk onmogelijk of uiterst moeilijk maken (zie arresten van 19 juli 2012, Littlewoods Retail e.a., C‑591/10, EU:C:2012:478, punten 27 en 28, en 6 oktober 2015, Târşia, C‑69/14, EU:C:2015:662, punten 26 en 27). Soortgelijke vereisten gelden tevens in geval van de tardieve betaling van een krachtens het Unierecht verschuldigde geldsom, zoals de som die overeenkomt met de uitvoerrestituties die aan de orde zijn in zaak C‑415/20.
1.2 Dinkelland
- Bij vergissing aangegeven btw is niet ‘in strijd met Unierecht’ geheven. Valt onder ‘ten onrechte gefactureerde btw’.
- Dinkelland
HvJ 22 februari 2024, nr. C‑674/22, ecli:EU:C:2024:147
35. In de eerste plaats is een btw-bedrag dat wordt geheven omdat de belastingplichtige zijn recht op aftrek niet heeft uitgeoefend, een „geheven” bedrag.
36. Wat in de tweede plaats het begrip „in strijd met het Unierecht” betreft, moet ten eerste worden opgemerkt dat wanneer de belastingplichtige bij vergissing btw in rekening brengt, deze niet in strijd met het Unierecht wordt geheven maar overeenkomstig artikel 203 van de btw-richtlijn, dat bepaalt dat eenieder die de btw op een factuur vermeldt, de op die factuur vermelde belasting verschuldigd is (zie in die zin arrest van 13 oktober 2022, HUMDA, C-397/21, EU:C:2022:790, punt 34 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
37. Voorts moet iedere belastingplichtige krachtens artikel 250, lid 1, van de btw-richtlijn een btwaangifte indienen waarop alle gegevens staan die nodig zijn om het bedrag van de verschuldigde belasting en van de aftrek vast te stellen. Bijgevolg handelt de belastingdienst niet in strijd met het Unierecht wanneer hij op basis van die aangifte btw int, ook al heeft de belastingplichtige om redenen die hem eigen zijn daarin niet de gegevens vermeld die nodig zijn om de omvang van zijn recht op aftrek als bedoeld in artikel 168 van deze richtlijn vast te stellen, en heeft hij dit recht dus niet uitgeoefend.
38. Bijgevolg kan een btw-bedrag niet worden geacht „in strijd met het Unierecht” te zijn geheven omdat de belastingplichtige zijn recht op aftrek per vergissing niet heeft uitgeoefend.
Dictum: Het Unierecht moet aldus worden uitgelegd dat het niet de verplichting oplegt om rente aan een belastingplichtige te betalen vanaf de betaling van een bedrag aan belasting over de toegevoegde waarde (btw) dat vervolgens door de belastingdienst wordt terugbetaald, wanneer die teruggaaf deels het gevolg is van de vaststelling dat de belastingplichtige wegens fouten in zijn boekhouding zijn recht op aftrek van voorbelasting voor de betrokken jaren niet volledig heeft uitgeoefend, en deels het gevolg is van een wijziging, met terugwerkende kracht, van de berekeningsmodaliteiten van de aftrekbare btw over de algemene kosten van de belastingplichtige, indien deze modaliteiten onder zijn uitsluitende verantwoordelijkheid zijn vastgesteld.
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
- HvJ 23 april 2020, Sole-Mizo en Dalmandi Mezőgazdasági (C-13/18 en C-126/18, EU:C:2020:292)
- Lear Corporation
- Littlewoods Retail e.a., C‑591/10, EU:C:2012:478
- Irimie, C-565/11, EU:C:2013:250
- technoRent International e.a., C-844/19, EU:C:2021:378
- Gräfendorfer Geflügel- und Tiefkühlfeinkost Produktions e.a., C-415/20, C-419/20 en C-427/20, EU:C:2022:306
- HUMDA, C-397/21, EU:C:2022:790
- Sole-Mizo en Dalmandi Mezőgazdasági, C-13/18 en C-126/18, EU:C:2020:292
- Commissie - Hongarije, C-274/10
- Lear Corporation, C-532/23
- Delphi Hungary Autóalkatrész Gyártó, C-654/13 (alleen in FR)
4. Literatuur
formeel/in_strijd_met_unierecht_geheven.txt · Last modified: by avdoesum
