Site Tools


formeel:rente

Rente

1. Aantekeningen

1.1 Belastingrente en invorderingsrente

Rente in de Nederlandse belastingwetgeving

22. In de Nederlandse belastingwetgeving is een onderscheid gemaakt tussen belastingrente en invorderingsrente. De belastingrente wordt door de inspecteur vastgesteld. In het geval de inspecteur meent dat te weinig omzetbelasting op aangifte is voldaan, kan hij een naheffingsaanslag opleggen en brengt hij in de regel bij beschikking belastingrente in rekening. De belastingrente wordt berekend over de periode die aanvangt vanaf de eerste dag na het kalenderjaar of boekjaar waar de naheffingsaanslag betrekking op heeft en eindigt op de dag voorafgaand op de dag dat de belasting invorderbaar is.7 Indien een naheffingsaanslag vervolgens te laat wordt betaald, brengt de ontvanger op grond van de IW invorderingsrente in rekening, berekend vanaf het moment dat de belastingschuld invorderbaar is tot de dag van betaling.8

23. Ingeval een teruggaafbeschikking niet wordt vastgesteld binnen acht weken na de ontvangst van het verzoek om die beschikking, wordt belastingrente vergoed over het tijdvak dat aanvangt na acht weken na indiening van het verzoek om teruggaaf en eindigt veertien dagen na dagtekening van de teruggaafbeschikking. Indien een teruggaaf volgt die verband houdt met een door de inspecteur ingenomen standpunt met betrekking tot de voldoening op aangifte, wordt ook belastingrente vergoed over het tijdvak dat aanvangt op de dag na de dag van voldoening en eindigt veertien dagen na dagtekening van de teruggaafbeschikking. In overige gevallen wordt geen belastingrente vergoed.9

24. Ingeval een naheffingsaanslag is opgelegd en een belastingplichtige bezwaar maakt tegen de naheffingsaanslag, kan hij uitstel van betaling aanvragen.10 Indien de naheffingsaanslag vervolgens in stand blijft krijgt de belastingschuldige invorderingsrente in rekening gebracht over de periode vanaf het moment dat zonder het verleende uitstel had moeten worden betaald tot de dag van betaling. Ingeval de naheffingsaanslag (en de daarop betrekking hebbende belastingrente) in het bezwaar wordt verminderd of vernietigd, krijgt de belastingschuldige geen invorderingsrente vergoed, tenzij een verzoek om uitstel van betaling is afgewezen.11 Verder wordt, behoudens het in geschil zijnde artikel 28c van de IW, alleen invorderingsrente vergoed als teruggaven niet binnen zes weken na dagtekening van de teruggaafbeschikking worden uitbetaald. De rente wordt dan berekend over de periode die aanvangt op de dag van dagtekening van de teruggaafbeschikking en eindigt op de dag voorafgaand aan die van uitbetaling.12

25. Voor het recht op een bijdrage uit het BCF wordt aangehaakt bij deze belastingrenteregels, met dien verstande dat rente niet eerder wordt berekend dan met ingang van de eerste dag van de zevende maand volgend op het kalenderjaar waarop het recht op bijdrage betrekking heeft.13 Deze regels brengen met zich dat indien een gemeente een vergissing heeft gemaakt en de voorbelasting ten onrechte in aftrek heeft gebracht, maar daarvoor wel recht op een bijdrage uit het BCF heeft, of omgekeerd, in beginsel wel belastingrente in rekening wordt gebracht voor het na te heffen of terug te vorderen bedrag, maar geen belastingrente wordt vergoed over het terug te geven bedrag van dezelfde omvang. Een dergelijke vergissing, waarbij in wezen alleen de wettelijke grondslag van een aan de gemeente terug te geven bedrag wordt gewijzigd, kan dus tot een rentenadeel voor die gemeente leiden ten gunste van de schatkist.

Vertragingsrente op grond van het Unierecht

26. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie is het recht op terugbetaling van belastingen die door een lidstaat in strijd met het recht van de Unie zijn geïnd, het gevolg en het complement van de rechten die de justitiabelen ontlenen aan de bepalingen van Unierecht die dergelijke belastingen verbieden. De lidstaat is dus in beginsel verplicht om in strijd met het recht van de Unie geïnde belastingen terug te betalen. Wanneer een lidstaat heffingen heeft toegepast in strijd met het recht van de Unie, hebben de justitiabelen niet alleen recht op terugbetaling van de ten onrechte geheven belasting, maar ook van de aan die lidstaat betaalde of door hem ingehouden bedragen die rechtstreeks met die belasting verband houden. Dit omvat mede de verliezen die het gevolg zijn van het feit dat geldsommen wegens de voortijdige verschuldigdheid van de belasting niet beschikbaar zijn. Dit verlies hangt onder meer af van de duur van de onbeschikbaarheid van het in strijd met het Unierecht ten onrechte betaalde bedrag en doet zich in beginsel dus voor in de periode tussen de datum van de onverschuldigde betaling van de betrokken belasting en de datum van terugbetaling van deze belasting. Het beginsel dat de lidstaten verplicht zijn om in strijd met het Unierecht geheven belastingen met rente terug te betalen, vloeit voort uit het Unierecht zelf.14

27. Naar aanleiding van het arrest Irimie is artikel 28c van de IW ingevoerd. Uit de parlementaire toelichting blijkt dat de wetgever met artikel 28c van de IW ten volle uitvoering heeft willen geven aan de hiervoor genoemde uit het Unierecht voortvloeiende verplichting.15 Artikel 28c van de IW luidt, voor zover voor de onderhavige zaak relevant, als volgt:

1. Voor zover de ontvanger op grond van een beschikking van de inspecteur gehouden is belasting terug te geven omdat de desbetreffende belasting in strijd met het Unierecht is geheven, wordt op verzoek aan de belastingschuldige invorderingsrente vergoed.

2. De invorderingsrente, bedoeld in het eerste lid, wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag na die waarop de belasting is betaald, voldaan of afgedragen en eindigt op de dag voorafgaand aan die van de terugbetaling en heeft als grondslag het aan de belastingschuldige terug te geven of teruggegeven bedrag. In afwijking van de eerste volzin wordt de invorderingsrente, bedoeld in het eerste lid, niet berekend over dagen waarover ingevolge hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen belastingrente wordt vergoed of waarover ingevolge artikel 28b invorderingsrente wordt vergoed.

(…)


1.2 Schematisch overzicht belastingrente en invorderingsrente

1.3 Rente bij teruggaafverzoek (‘overschot’)

  • Dinkelland
    HvJ 22 februari 2024, nr. C‑674/22, ecli:EU:C:2024:147 \\58. Ten slotte zij eraan herinnerd dat, zelfs indien er geen sprake is van een „in strijd met het Unierecht geheven” bedrag in de zin van de in de punten 30 tot en met 33 van het onderhavige arrest vermelde rechtspraak, moet worden verwezen naar artikel 183 van de btw-richtlijn wanneer een btw-vordering, gelet op de aard ervan, moet worden aangemerkt als een „overschot” in de zin van deze bepaling.
    59. In dit verband heeft het Hof geoordeeld dat – ook al voorziet artikel 183 van de btw-richtlijn niet in een verplichting om rente te betalen over het terug te geven btw-overschot en het evenmin specificeert vanaf welk tijdstip deze rente verschuldigd is – het beginsel van neutraliteit van het btw-stelsel verlangt dat het geleden financiële verlies ten gevolge van teruggaaf van een btwoverschot, wordt gecompenseerd door de betaling van vertragingsrente. De verplichting om dergelijke rente te betalen bestaat echter slechts wanneer het btw-overschot niet binnen een redelijke termijn wordt teruggegeven (zie in die zin arrest van 12 mei 2021, technoRent International e.a., C-844/19, EU:C:2021:378, punt 40).
    60. Voor het geval deze bepaling in casu van toepassing is, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan, moet worden opgemerkt dat indien de termijn voor de behandeling van een verzoek om teruggaaf van btw door de belastingdienst acht weken zou bedragen, zoals die van artikel 30ha van de Algemene wet op de rijksbelastingen, deze termijn niet onredelijk lijkt in de zin van de in punt 59 van het onderhavige arrest in herinnering gebrachte rechtspraak voor de behandeling van een verzoek om teruggaaf van btw door de belastingdienst, de daadwerkelijke verrichtingen van teruggaaf daaronder begrepen.

1.4 Berekening invorderingsrente bij ín strijd met Unierecht' geheven belasting

  • HR 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:89, r.o. 5.10.1 t/m 5.10.3

1.5 Onevenredigheid belastingrente VPB

1.6 Belastingrente bij spontane vroegtijdige betaling

2. Regelgeving


3. Jurisprudentie

  • Humda, r.o. 32
    Wat de verplichting tot betaling van rente betreft, zij eraan herinnerd dat het Hof herhaalde malen heeft geoordeeld dat wanneer een lidstaat in strijd met het Unierecht heffingen heeft toegepast, de justitiabelen niet alleen recht hebben op terugbetaling van de ten onrechte geheven belasting, maar ook van de aan die staat betaalde of door die staat ingehouden bedragen die rechtstreeks met die belasting verband houden. Dit omvat mede de verliezen die het gevolg zijn van het feit dat geldsommen wegens de voortijdige verschuldigdheid van de belasting niet beschikbaar zijn. Het beginsel dat de lidstaten verplicht zijn om in strijd met het Unierecht geheven belastingen met rente terug te betalen, vloeit dan ook voort uit het Unierecht zelf (zie in die zin arrest van 19 juli 2012 Littlewoods Retail e.a., C-591/10, EU:C:2012:478, punten 25 en 26 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
  • MC, C-1/21, r.o. 88-90
    88. Om te beginnen moet worden benadrukt dat de inning van vertragingsrente wanneer btw niet binnen de dwingende termijnen van de btw-richtlijn wordt betaald, bijdraagt tot de juiste inning van deze belasting in de zin van artikel 273 van deze richtlijn.
    89. Door vertragingsrente te innen kan immers de schade worden vergoed die de schatkist lijdt doordat de te laat betaalde btw-bedragen niet beschikbaar zijn, voor de periode vanaf de datum waarop deze bedragen verschuldigd zijn tot de datum waarop zij daadwerkelijk worden betaald (zie naar analogie arresten van 19 juli 2012, Littlewoods Retail e.a., C-591/10, EU:C:2012:478, punten 25 en 26, en 28 februari 2018, Nidera, C-387/16, EU:C:2018:121, punt 25).
    90. Vervolgens zet de heffing van vertragingsrente de betrokkenen er ook toe aan de btw binnen de dwingende termijnen van de btw-richtlijn te betalen of zo snel mogelijk na het verstrijken daarvan.
  • HvJ 2 juli 2020, C-835/18, Terracult
    24. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is het recht op teruggaaf van belastingen die door een lidstaat in strijd met het Unierecht zijn geïnd, immers het gevolg en het complement van de rechten die de justitiabelen ontlenen aan de bepalingen van het Unierecht, zoals deze door het Hof zijn uitgelegd. De betrokken lidstaat is dus in beginsel verplicht in strijd met het Unierecht geïnde belastingen terug te betalen. Het verzoek om teruggaaf van te veel betaalde btw valt onder het recht op terugvordering van het onverschuldigd betaalde, dat volgens vaste rechtspraak ertoe strekt de gevolgen op te heffen van de onverenigbaarheid van de heffing met het Unierecht, door de economische last die ten onrechte heeft gedrukt op de uiteindelijke marktdeelnemer die deze heeft betaald, te neutraliseren (arrest van 14 juni 2017, Compass Contract Services, C‑38/16, EU:C:2017:454, punten 29 en 30 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
  • HvJ 19 juli 2012, C-591/10, Littlewoods retail, ECLI:EU:C:2012:478
  • HvJ 28 april 2022, C-415/20, Grafendorfer Geflugel und TiefKuhleinkost Produktions GmbH, ECLI:EU:C:2022:306
  • Rechtbank Noord-Nederland, 2 juni 2020, nr. 19/648, ECLI:NL:RBNNE:2020:1995
  • Hof Den Haag 24 maart 2022, nr. BK-21/00331, ECLI:NL:GHDHA:2022:598
  • C‑254/16, Glencore Agriculture Hungary Kft., voorheen Glencore Grain Hungary Kft.

4. Literatuur


formeel/rente.txt · Last modified: by avdoesum