Site Tools


formeel:toetsing_aan_grondwet

Toetsing aan Grondwet

1. Aantekeningen


2. Regelgeving


3. Jurisprudentie

  • HR 9 juni 2023, nr. 22/03144, ecli:NL:HR:2023:815 r.o. 3.3.3
    In het Harmonisatiewetarrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het in artikel 120 van de Grondwet neergelegde toetsingsverbod met zich brengt dat de rechter wetten in formele zin niet mag toetsen aan het Statuut en ook niet aan algemene rechtsbeginselen. Hetzelfde geldt voor toetsing aan ander ongeschreven recht. 7 Bij de huidige stand van de rechtsontwikkeling bestaat er onvoldoende aanleiding om tot een andere uitleg van het grondwettelijke toetsingsverbod te komen. 8
    7 HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3679, rechtsoverweging 3.6.2.
    8 Vgl. in dezelfde zin ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:772, rechtsoverwegingen 9.7 tot en met 9.10 en de daarin vermelde rechtspraak.
    3.3.4 Wel is de rechter bevoegd een bepaling in een wet in formele zin buiten toepassing te laten indien sprake is van bijzondere omstandigheden die niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever. Daartoe bestaat aanleiding indien die niet-verdisconteerde bijzondere omstandigheden tot gevolg hebben dat de toepassing van de wettelijke bepaling zozeer in strijd komt met algemene rechtsbeginselen of (ander) ongeschreven recht, dat die toepassing achterwege moet blijven. 9 Uit hetgeen hiervoor in 3.2.1 is overwogen over de totstandkomingsgeschiedenis van de Wet BCF volgt dat de wetgever zich bewust is geweest van verschillen die zich kunnen voordoen tussen in rekening gebrachte en te betalen heffings- en (thans) belastingrente, ook bij met elkaar samenhangende correcties in verband met bijdragen uit het BTW-compensatiefonds. Hieruit volgt dat de wetgever de gevolgen van dergelijke verschillen heeft bedoeld en voorzien. Daarom kan niet worden gezegd dat in gevallen waarin die verschillen zich voordoen, sprake is van bijzondere omstandigheden die niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever. Dat is niet anders bij de verschillen die zich voordoen in een geval als het onderhavige. Er bestaat daarom geen aanleiding de wettelijke regeling met betrekking tot de berekening van belastingrente in dit geval wegens strijd met algemene rechtsbeginselen en/of ander ongeschreven recht buiten toepassing te laten.

  • HR 6 oktober 2023, nr. 21/03566, Prejudiciële vragen bestuurdersaansprakelijkheid, ECLI:NL:HR:2023:1371
    5.5.1 Middel 4 faalt ook voor zover het betoogt dat de toepassing van artikel 36, lid 4, IW 1990 in strijd komt met het ongeschreven evenredigheidsbeginsel. Artikel 36, lid 4, IW 1990 is een bepaling die deel uitmaakt van een wet in formele zin. In het Harmonisatiewetarrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het in artikel 120 van de Grondwet neergelegde toetsingsverbod met zich brengt dat de rechter wetten in formele zin niet mag toetsen aan algemene rechtsbeginselen. 13 Hetzelfde geldt voor toetsing aan ander ongeschreven recht. Bij de huidige stand van de rechtsontwikkeling bestaat onvoldoende aanleiding om tot een andere uitleg van het grondwettelijke toetsingsverbod te komen. 14
    5.5.2 Wel is de rechter bevoegd een bepaling in een wet in formele zin buiten toepassing te laten indien sprake is van bijzondere omstandigheden die niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever. Daartoe bestaat aanleiding indien die niet-verdisconteerde bijzondere omstandigheden tot gevolg hebben dat de toepassing van de wettelijke bepaling zozeer in strijd komt met algemene rechtsbeginselen of ander ongeschreven recht, dat die toepassing achterwege moet blijven. 15

4. Literatuur


formeel/toetsing_aan_grondwet.txt · Last modified: by avdoesum