Table of Contents
Doorlopende posten
1. Aantekeningen
1.1 Quasi doorlopende posten
- Conclusie van A-G Ettema van 9 september 2021, ecli:NL:PHR:2021:1272
3.21 In zijn noot bij dit arrest schrijft Bijl dat de uitschotten van belasting een quasi-doorlopende post zijn, omdat zij juridisch niet op naam van de afnemer worden voldaan, maar naar maatschappelijke opvattingen toch kosten zijn die onmiskenbaar ten behoeve van de afnemer zijn gemaakt. Ik citeer: 41
“De maatstaf van heffing voor de omzetbelasting is in beginsel al hetgeen de ondernemer ter zake van zijn levering of dienst in rekening brengt. Dit betekent niet dat alle bedragen die de ondernemer doorberekent tot de vergoeding behoren. Dat geldt bijvoorbeeld niet voor de zogenoemde doorlopende posten. Onder deze posten worden verstaan bedragen die de ondernemer op naam en voor rekening van zijn afnemer aan derden voldoet. Wanneer een aannemer op naam van zijn afnemer een bouwvergunning aanvraagt, behoren de kosten daarvan bij doorberekening niet tot de vergoeding voor het aangenomen werk. Een en ander vloeit rechtstreeks voort uit art. 8, tweede lid, Wet OB 1968. Er zijn ook doorberekende bedragen die niet aan de genoemde voorwaarden voldoen, omdat zij juridisch niet op naam van de afnemer worden voldaan, maar die toch naar maatschappelijke opvattingen onmiskenbaar ten behoeve van de afnemer zijn gemaakt. Voor deze quasi-doorlopende posten is een regeling getroffen in art. 8, vijfde lid, onderdeel a, Wet OB 1968, welke regeling is uitgewerkt in art. 4 Uitv.besluit OB 1968. Tot deze quasi-doorlopende posten behoren ook de uitschotten van belasting. Het gaat daarbij om belastingbedragen die formeel van de ondernemer worden geheven, maar door de ondernemer in feite voor de afnemer worden betaald.”
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
- Suzlon, r.o. 48 en 49
48. In de tweede plaats moet voor het thans te onderzoeken criterium dat de belastingplichtige als zodanig handelt, worden vastgesteld of deze de betrokken handelingen heeft verricht als belastingplichtige, met andere woorden of hij deze niet voor privédoeleinden (arrest van 4 oktober 1995, Armbrecht, C-291/92, EU:C:1995:304, punten 16-18), maar in het kader van zijn belastbare activiteiten heeft verricht (arrest van 12 januari 2006, Optigen e.a., C-354/03, C-355/03 en C-484/03, EU:C:2006:16, punt 42), en of hij juridisch gezien de auteur van de handeling is. Dit brengt in dit geval mee dat moet worden nagegaan of Suzlon Wind Energy Portugal de handelingen op grond waarvan de litigieuze debetnota’s zijn opgesteld, in eigen naam als btw-plichtige dan wel namens en voor rekening van Suzlon Energy India heeft verricht.
49. Het is in dat verband de taak van de verwijzende rechter om het contractuele en boekhoudkundige kader te onderzoeken waarin de litigieuze debetnota’s zijn opgenomen, met name om vast te stellen of sprake is van doorlopende posten in de zin van artikel 79, eerste alinea, onder c), van richtlijn 2006/112 (zie in die zin arrest van 1 juni 2006, De Danske Bilimportører, C-98/05, EU:C:2006:363, punt 25).
