maatstaf:maatstaf_fictieve_diensten
Table of Contents
Maatstaf fictieve diensten
1. Aantekeningen
1.1 Aankoopprijs grond OVB
Beste Ad,
Het antwoord op de vraag of de aankoopprijs van grond die in de OVB verkregen is, moet worden meegenomen in de berekening van de uitgaven voor een 4-2-a is wellicht te vinden in Wollny (r.o. 49-52). Het HvJ EG lijkt daar namelijk te vinden dat alleen grond die in de BTW is verkregen en waarvoor aftrek is gepleegd, mee hoeft de worden genomen bij de berekening van de uitgaven.
Met vriendelijke groet, KPMG Meijburg & Co
By: Gert-Jan
HvJ EG 27 april 1999, nr. C-48/97 (Q8), V-N 1999/27.15
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
- Y KG v Finanzamt O, C‑207/23
51. Om te beginnen zij eraan herinnerd dat het Hof reeds heeft verduidelijkt dat artikel 74 van de btwrichtlijn een uitzondering op de algemene regel van artikel 73 van deze richtlijn vormt (arrest van 8 mei 2013, Marinov, C‑142/12, EU:C:2013:292, punt 31). Daarnaast vloeit uit artikel 74 van de btw-richtlijn ondubbelzinnig voort dat slechts wanneer er geen aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen is, de maatstaf van heffing de „kostprijs” is [zie in die zin met betrekking tot artikel 11, A, lid 1, onder b), van de Zesde richtlijn (77/388), dat overeenstemt met artikel 74 van de btw-richtlijn, arrest van 28 april 2016, Het Oudeland Beheer, C‑128/14, EU:C:2016:306, punt 38].
52. Ook heeft het Hof reeds geoordeeld dat als „aankoopprijs ten tijde van de onttrekking” in de zin van artikel 74 van de btw-richtlijn de restwaarde van het goed op het tijdstip van de onttrekking geldt. Met betrekking tot het bestemmen van een ook in dit artikel bedoeld goed heeft het Hof daaraan toegevoegd dat de maatstaf van heffing de op het tijdstip van het bestemmen berekende waarde van het betrokken goed was, die overeenkomt met de marktprijs van een soortgelijk goed met inachtneming van de kosten van veranderingen aan dit goed (arrest van 8 mei 2013, Marinov, C‑142/12, EU:C:2013:292, punt 32 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
53. (…)
54. Het Hof heeft er tevens op gewezen dat het criterium van de aankoopprijs van soortgelijke goederen, anders dan het criterium van de kostprijs, de belastingoverheid in staat stelt om zich te baseren op de marktprijzen voor het betrokken soort goederen op het tijdstip van de bestemming van het betrokken goed, zonder dat in detail hoeft te worden onderzocht welke waardecomponenten tot deze prijzen hebben geleid (zie in die zin arrest van 23 april 2015, Property Development Company, C‑16/14, EU:C:2015:265, punt 40).
4. Literatuur
maatstaf/maatstaf_fictieve_diensten.txt · Last modified: by avdoesum
