rechtslagen:btw-comite
Table of Contents
Btw-Comité
1. Aantekeningen
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
- Westside Unicat, C‑532/22
45 Een dergelijke overweging strookt overigens met de benadering van het btw-comité, een bij artikel 398 van de btw-richtlijn ingesteld raadgevend comité. Uit de richtsnoeren van dit comité – die zijn voortgekomen uit zijn vergadering van 19 april 2021 [Document B – taxud.c.1(2021)6378389 – 1016] – blijkt immers dat dit comité bijna unaniem is overeengekomen dat wanneer in de vorm van interactieve sessies gefilmde en rechtstreeks via internet uitgezonden diensten (zoals bijvoorbeeld videochat) worden verricht door een belastingplichtige eigenaar van digitaal materiaal aan een eindgebruiker, te weten een toeschouwer, terwijl dat materiaal aan die belastingplichtige is geleverd door een andere belastingplichtige, de levering van het digitaal materiaal door laatstgenoemde niet inhoudt dat toegang wordt verleend tot een vermakelijkheidsevenement in de zin van artikel 53 van de btw-richtlijn
- Conclusie van advocaat-generaal A. Rantos van 16 mei 2024, C-184/23, Finanzamt T-II, ECLI:EU:C:2024:416
48. Een dergelijke uitlegging van de relevante bepalingen is overigens, zoals blijkt uit de letterlijke analyse ervan, ten eerste in overeenstemming met de uitlegging in de richtsnoeren die voortvloeien uit de 119e vergadering van het btw-comité van 22 november 2021(26), die, hoewel zij niet bindend zijn, volgens de rechtspraak van het Hof niettemin een hulpmiddel vormen bij de uitlegging van de Zesde richtlijn.(27) Ten tweede is zij eveneens in overeenstemming met de uitlegging in de mededeling van de Commissie van 2009 over btw-groepen.(28)
- Finanzamt T II
41. Tot slot moet worden opgemerkt dat het btw-comité, ingesteld bij artikel 398 van richtlijn 2006/112, in de richtsnoeren die voortvloeien uit de 119e vergadering van het btw-comité van 22 november 2021, een identieke analyse heeft gemaakt van de in artikel 11 van die richtlijn bedoelde btw-groep. Daarin staat dat wanneer een btw-groep als één belastingplichtige wordt behandeld, het is uitgesloten dat de leden van deze groep, binnen en buiten hun groep, blijven handelen als afzonderlijke belastingplichtigen voor de btw. Hoewel een dergelijk document niet bindend is, vormt het niettemin een hulpmiddel bij de uitlegging van de Zesde richtlijn (zie naar analogie beschikking van 8 oktober 2020, Weindel Logistik Service, C-621/19, EU:C:2020:814, punt 48).
4. Literatuur
- Jelle Boonstra en Carmen Noorlander, Een einde aan de brandstofpassendiscussie? – deel 2, BTW-bulletin 2024/9
Ook betrekken verwijzende rechters en het HvJ bij tijd en wijle de richtsnoeren van het btw-comité in hun overwegingen (zie onder andere HvJ 8 oktober 2020, C-621/19 (Weindel Logistik), r.o. 47; HvJ 23 november 2023, C-532/22 (Westside Unicat), r.o. 45; en de verwijzingsbeschikking d.d. 6 februari 2023, C-60/23 (Digital Charging Solutions), overweging 32).
rechtslagen/btw-comite.txt · Last modified: by avdoesum
