Site Tools


rechtslagen:richtlijnconforme_uitleg

Richtlijnconforme uitleg

1. Aantekeningen

De (instellingen van de) lidstaten moeten hun nationale recht zoveel als mogelijk in overeenstemming met de richtlijn moeten uitleggen. Dat laat echter onverlet dat een richtlijnbepaling niet ten nadele van de belastingplichtige kan worden toegepast, indien de bewoordingen van de nationale bepaling een richtlijnconforme uitleg niet toelaten. (S. Prechal, ‘Richtlijnconforme uitleg: Alice in wonderland’, WFR 1991/1596; R.A. Wolf, NLomzetbelasting of EU-btw?, Den Haag: Sdu Uitgevers 2013, p. 24; W.J. Blokland, Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (Fiscale Monografieën nr. 147), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 9.). En als de bewoordingen van de nationale bepaling wel ruimte bieden voor een richtlijnconforme uitleg, maar de nationale wetgever welbewust van de richtlijn heeft willen afwijken, moet de verplichting tot richtlijnconforme uitleg ook wijken (Zie onder meer HR 10 augustus 2007, nr. 43.169, na conclusie A-G De Wit, ECLI:NL:HR:2007:AZ3758).


  • ATI-19
    50. Wat de vraag betreft of de in het hoofdgeding aan de orde zijnde regeling voldoet aan de vereisten van artikel 47 van het Handvest, volgt uit vaste rechtspraak dat het beginsel van Unierechtconforme uitlegging van het nationale recht vereist dat de nationale rechter binnen zijn bevoegdheden, met inachtneming van het gehele interne recht en onder toepassing van de daarin erkende uitleggingsmethoden, en met inachtneming van met name het verbod van uitlegging contra legem van het nationale recht, al het mogelijke doet om de volle werking van de betrokken bepaling van Unierecht te verzekeren en tot een oplossing te komen die in overeenstemming is met de daarmee nagestreefde doelstelling (arresten van 5 oktober 2004, Pfeiffer e.a., C-397/01–C-403/01, EU:C:2004:584, punten 118 en 119, en 15 oktober 2024, KUBERA, C-144/23, EU:C:2024:881, punt 51 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
    51. Het vereiste van Unierechtconforme uitlegging houdt voor de nationale rechters met name de verplichting in om zo nodig vaste rechtspraak te wijzigen, wanneer deze berust op een met de doelstellingen van het Unierecht onverenigbare uitlegging van het nationale recht. Bijgevolg kan een nationale rechter niet op goede gronden oordelen dat hij een nationale bepaling niet in overeenstemming met het Unierecht kan uitleggen op de enkele grond dat deze bepaling tot dan toe steeds is uitgelegd op een wijze die onverenigbaar is met dit recht (arresten van 19 april 2016, DI, C-441/14, EU:C:2016:278, punten 33 en 34, en 15 oktober 2024, KUBERA, C-144/23, EU:C:2024:881, punt 52 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
    52. De nationale rechter die in het kader van zijn bevoegdheid is belast met de toepassing van de bepalingen van het Unierecht, is als orgaan van een lidstaat, op grond van het beginsel van voorrang van het Unierecht verplicht de volle werking van deze bepalingen te verzekeren en daarbij zo nodig, op eigen gezag, iedere nationale bepaling die strijdig is met een bepaling van het Unierecht met rechtstreekse werking in het geschil dat aan hem is voorgelegd, buiten toepassing te laten indien hij de nationale regeling niet in overeenstemming met de vereisten van het Unierecht kan uitleggen (arrest van 12 december 2024, Getin Holding e.a., C-118/23, EU:C:2024:1013, punt 76 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

2. Regelgeving


3. Jurisprudentie

  • HvJ 4 juli 2006, nr. C-212/04, ECLI:EU:C:2006:443 (Adeneler)
    Richtlijnconforme uitlegging van extra belang als rechtstreekse werking niet mogelijk is
  • Martiza East, r.o. 53.
    53 Het staat aan de verwijzende rechter om het interne recht zo veel mogelijk in het licht van de bewoordingen en het doel van richtlijn 2006/112 uit te leggen, teneinde de met deze richtlijn nagestreefde resultaten te bereiken, waarbij hij de voorkeur geeft aan een uitlegging van de nationale voorschriften die het best aansluit bij dat doel, om aldus te komen tot een uitlegging die verenigbaar is met de bepalingen van deze richtlijn (zie in die zin arrest van 4 juli 2006, Adeneler e.a., C‑212/04, Jurispr. blz. I‑6057, punt 124), en zo nodig elke strijdige bepaling van nationaal recht buiten toepassing moet laten (zie in die zin arrest van 22 november 2005, Mangold, C‑144/04, Jurispr. blz. I‑9981, punt 77).
  • CS en Technorent
    HvJ 12 mei 2021, Zaak C-844/19, CS en Finanzamt Österreich, Dienststelle Graz-Stadt tegen Finanzamt Österreich, Dienststelle Judenburg Liezen en technoRent International GmbH, ECLI:EU:C:2021:378, r.o. 53 - 54
    53. In het bijzonder is het beginsel van een conforme uitlegging van het nationale recht, op grond waarvan de nationale rechter het nationale recht zo veel mogelijk moet uitleggen in overeenstemming met de vereisten van het Unierecht, inherent aan het systeem van de Verdragen, aangezien het de nationale rechter in staat stelt binnen het kader van zijn bevoegdheden de volle werking van het recht van de Unie te verzekeren bij de beslechting van de bij hem aanhangige gedingen [arrest van 19 november 2019, A. K. e.a. (Onafhankelijkheid van de tuchtkamer van de Sąd Najwyższy), C‑585/18, C‑624/18 en C‑625/18, EU:C:2019:982, punt 159]. Deze verplichting tot conforme uitlegging van het nationale recht vereist dat de nationale rechter in voorkomend geval het nationale recht in zijn geheel beziet om te beoordelen of het zodanig kan worden toegepast dat het niet tot een met het Unierecht strijdig resultaat leidt (arrest van 4 maart 2020, Telecom Italia, C‑34/19, EU:C:2020:148, punt 59 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
    54. Voor het beginsel van conforme uitlegging van het nationale recht gelden niettemin bepaalde beperkingen. Zo wordt de verplichting voor de nationale rechter om bij de uitlegging en de toepassing van de relevante bepalingen van zijn nationale recht te refereren aan de inhoud van een richtlijn, begrensd door de algemene rechtsbeginselen – met inbegrip van het rechtszekerheidsbeginsel – en kan zij niet dienen als grondslag voor een uitlegging contra legem van het nationale recht (zie in die zin arrest van 13 juli 2016, Pöpperl, C‑187/15, EU:C:2016:550, punt 44 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
  • Kofoed
    Alle met overheidsgezag beklede instanties van een lidstaat moeten bij de toepassing van het nationale recht dit zoveel mogelijk uitleggen in het licht van de bewoordingen en het doel van de communautaire richtlijnen, teneinde het ermee beoogde resultaat te bereiken. Ofschoon dit vereiste van richtlijnconforme uitlegging niet zover kan gaan dat een richtlijn uit zichzelf en onafhankelijk van een nationale omzettingswet verplichtingen voor particulieren schept of de strafrechtelijke aansprakelijkheid van degenen die in strijd met haar bepalingen handelen, bepaalt of verzwaart, kan de lidstaat in beginsel particulieren wel een richtlijnconforme uitlegging van het nationale recht tegenwerpen.

4. Literatuur


rechtslagen/richtlijnconforme_uitleg.txt · Last modified: by avdoesum