Table of Contents
Zesde richtlijn
1. Aantekeningen
1.1 Historie richtlijnen
- Voorstel voor een Zesde richtlijn van de Raad van 29 juni 1973, COM 73/950, V-N 1973, nr. 18A, blz. 753 e.v.
- Wijzigingen in het voorstel voor een Zesde richtlijn van de Raad betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lid-staten inzake omzetbelasting van 26 juli 1974, COM 74/795, V-N 1974, nr. 23, blz. 1011.
1.2 Juridische waarde toelichting Zesde Richtlijn
CT
HvJ 9 juli 2020, nr. C-716/18, CT tegen Administraţia Judeţeană a Finanţelor Publice Caraş-Severin – Serviciul Inspecţie Persoane Fizice en Direcţia Generală Regională a Finanţelor Publice Timişoara – Serviciul Soluţionare Contestaţii 1, ECLI:EU:C:2020:54
34. Met name heeft het Hof voor de uitlegging van het begrip „met andere handelingen samenhangende handeling” in de zin van laatstgenoemde bepaling verwezen naar de toelichting bij het voorstel voor de Zesde richtlijn van de Raad betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, dat de Commissie op 29 juni 1973 bij de Raad van de Europese Gemeenschappen heeft ingediend [COM(73) 950 def.] (Bulletin van de Europese Gemeenschappen, supplement 11/73, blz. 20) (hierna: „voorstel voor de Zesde richtlijn”). In deze toelichting wordt verklaard dat „de in [artikel 19, lid 2, van dit voorstel] bedoelde elementen voor de berekening van het [aftrekbare gedeelte] buiten beschouwing [moeten] worden gelaten, opdat deze elementen de werkelijke betekenis van de bedrijfsuitoefening niet verkeerd weerspiegelen, te weten voor zover dergelijke elementen geen uitvloeisel zijn van de bedrijfsuitoefening van de belastingplichtige”. Volgens die toelichting is dit „het geval bij de verkoop van investeringsgoederen en van de slechts incidenteel uitgevoerde handelingen met betrekking tot onroerende goederen of [financiële handelingen]; met andere woorden de handelingen die ten opzichte van de totale omzet van het bedrijf slechts van secundaire of toevallige betekenis zijn. In diezelfde toelichting wordt verduidelijkt dat „[d]eze handelingen […] overigens slechts buiten beschouwing [worden] gelaten indien zij niet tot de gebruikelijke bedrijfswerkzaamheden van de belastingplichtige behoren” (arrest van 29 oktober 2009, NCC Construction Danmark, C.174/08, EU:C:2009:669, punt 30).
1.3 Verhouding Zesde Richtlijn - Btw-richtlijn
- HvJ 6 november 2008, nr. C-291/07, Kollektivavtalsstiftelsen TRR Trygghetsrådet tegen Skatteverket, ECLI:EU:C:2008:609, r.o.23
Formulering gelijk = interpretatie gelijk - Uszodaépítő, C-392/09
31 Dienaangaande dient te worden opgemerkt dat, zoals blijkt uit punt 3 van de considerans van richtlijn 2006/112, deze de bestaande wetgeving betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake btw, en met name de Zesde richtlijn, herschikt, welke herschikking in beginsel geen materiële wijzigingen in die wetgeving aanbrengt.
1.4 Juridische waarde notulen Raad
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
Sonaecom, r.o. 29
Vooraf zij eraan herinnerd dat de Zesde richtlijn is ingetrokken bij de btw-richtlijn, die in werking is getreden op 1 januari 2007, zonder dat daarbij ten opzichte van die eerste richtlijn materiële wijzigingen zijn aangebracht. Daar de relevante bepalingen van respectievelijk de btw-richtlijn en de Zesde richtlijn in wezen dezelfde draagwijdte hebben, is de rechtspraak van het Hof over de btwrichtlijn ook toepasselijk op de Zesde richtlijn (zie naar analogie arrest van 3 juli 2019, The Chancellor, Masters and Scholars of the University of Cambridge, C‑316/18, EU:C:2019:559, punt 17).
