verschuldigdheid:verlegging
Table of Contents
Verlegging
1. Aantekeningen
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
- VB
HvJ 30 juni 2022, Zaak C-146/21, Direcţia Generală Regională a Finanţelor Publice Bucureşti – Administraţia Sector 1 a Finanţelor Publice tegen VB en Direcţia Generalā Regionalā a Finanţelor Publice Bucureşti –Serviciul Soluţionare Contestaţii, ECLI:EU:C:2022:512
32. Vooraf zij eraan herinnerd dat de verleggingsregeling een uitzondering vormt op het beginsel in artikel 193 van de btw-richtlijn, dat de btw is verschuldigd door de belastingplichtige die een belastbare goederenlevering of een belastbare dienst verricht, en derhalve strikt moet worden uitgelegd (zie in die zin arrest van 13 februari 2019, Human Operator, C-434/17, EU:C:2019:112, punt 30 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
—-
- A., C-895/19
- Dobre, C-159/17
- VB, C-146/21
- Human Operator, C-434/17
- Farkas, C-564/15
3.1 Doel 199 Btw-RL
C-227/21, HA.EN
45. Deze conclusie klemt te meer daar de Republiek Litouwen ervoor heeft gekozen om geen gebruik te maken van de door artikel 199, lid 1, onder g), van de btw-richtlijn geboden mogelijkheid om in deze specifieke omstandigheden een verleggingsregeling in te voeren, die juist tot doel heeft het risico van insolventie van de schuldenaar van de btw te ondervangen (zie in die zin arrest van 13 juni 2013, Promociones y Construcciones BJ 200, C‑125/12, EU:C:2013:392, punt 28).
3.2 Toepassing verleggingsregeling vereist bekend zijn afnemer
- HR 12 Mei 2023, nr. 20/01740, ECLI:NL:HR:2023:691
3.2.2 Blijkens de tekst van artikel 12, lid 5, van de Wet en de totstandkomingsgeschiedenis ervan is met de verleggingsregeling met name beoogd om voor de inning van omzetbelasting meer waarborgen te scheppen wanneer in bepaalde sectoren van het bedrijfsleven fraude, misbruik of oneigenlijk gebruik op het gebied van omzetbelasting wordt gesignaleerd. Die waarborgen kunnen met een verleggingsregeling alleen worden geboden als de Belastingdienst in staat is om vast te stellen wie de afnemer is naar wie de heffing van omzetbelasting wordt verlegd. Kennisneming van de identiteit van de afnemer is noodzakelijk voor de controle op de heffing en inning van omzetbelasting bij de afnemer ter zake van de aan hem verrichte leveringen van goederen en ter zake van door die afnemer op zijn beurt verrichte leveringen van die goederen. In de aard van de verleggingsregeling ligt dan ook als noodzakelijke voorwaarde besloten dat de identiteit van de (rechts)persoon aan wie de levering wordt verricht, door de Belastingdienst kan worden vastgesteld. Deze voorwaarde ligt begrepen in de bepaling van artikel 12, lid 5, van de Wet dat de omzetbelasting in deze gevallen wordt “geheven van degene aan wie de levering wordt verricht”.
3.2.3 Wanneer de leverancier de verleggingsregeling heeft toegepast en de inspecteur aannemelijk maakt dat de afnemer die de leverancier op de factuur heeft vermeld, in werkelijkheid niet de afnemer van de goederen kan zijn geweest, brengt hetgeen hiervoor in 3.2.2 is overwogen mee dat alleen kan worden aangenomen dat de leverancier de verleggingsregeling terecht heeft toegepast wanneer hij feiten stelt, en bij betwisting aannemelijk maakt, op grond waarvan kan worden vastgesteld wie in werkelijkheid de afnemer is.
4. Literatuur
verschuldigdheid/verlegging.txt · Last modified: by avdoesum
