Site Tools


vrijstellingen:onderwijs

Onderwijs

Aantekeningen

Het woord ’onderwijsinstelling’ komt noch in de Btw-richtlijn, noch in de Wet OB voor. Artikel 133 Btw-richtlijn (gaat over mogelijke randvoorwaarden voor onder meer de onderwijsvrijstelling) noemt echter wel het begrip ‘instellingen’. De term wordt echter niet gedefinieerd.

Opmerkelijk is dat in Horizon het HvJ expliciet aangeeft (r.o. 5): Volgens de verwijzingsbeslissing is Horizon College een „onderwijsinstelling”. Kennelijk heeft de Hoge Raad deze term geïntroduceerd (ECLI:NL:HR:2005:AQ7395). In deze zaak heeft de HR de term echter niet gedefinieerd. Het Hof van Justitie gebruikt in Horizon verder de term ‘instellingen’ of ‘inlenende instellingen’, zonder dit expliciet nader te definiëren.

Uit Horizon college vallen volgens mij echter wel twee belangrijke elementen te halen met betrekking tot de invulling van het begrip ‘onderwijsinstelling’: 1) dat er een ‘organisatiekader’ moet zijn en 2) dat het moet gaan om een organisatie die door een lidstaat is ingesteld of erkend.

Ad.1 In r.o. 20 van Horizon college overweegt het Hof van Justitie dat een onderwijsactiviteit slechts onder de vrijstelling kan vallen indien het een geheel van elementen betreft die, naast elementen betreffende de relaties die tussen docenten en studenten tot stand komen, ook die omvatten welke het organisatiekader van de betrokken instelling vormen. Mijns inziens kan een instelling slechts een ‘onderwijsinstelling’ zijn, indien de instelling ‘onderwijs’ verzorgd. En aangezien ‘onderwijs’ een instelling met een voor onderwijs geschikt organistatiekader vereist, ben geneigd hierin te lezen dat een onderwijsinstelling een instelling is met een voor het geven van onderwijs geschikt organisatiekader. Wat dat ‘organisatiekader’ dan precies is, maakt het HvJ echter niet duidelijk, maar het komt mij voor dat er méér voor nodig is dan een lespakket en docenten. We zouden nog door kunnen vragen bij de stichting om te kijken of er nog aanwijzingen zijn voor het bestaan van zo’n organisatiekader.

Ad.2 Uit r.o. 23 van Horizon valt op te maken dat met ‘onderwijsinstelling’ dan wel ‘inlenende instelling’ een organisatie valt ‘in de zin van artikel 13, A, lid 1, sub 1, van de Zesde Richtlijn’ (thans 132, lid 1, onderdeel i Btw-richtlijn). Ik leid daaruit af dat een onderwijsinstellingen gedefinieerd kunnen worden als: “publiekrechtelijke lichamen die daartoe zijn ingesteld of andere organisaties die door de betrokken lidstaat als lichamen met soortgelijke doeleinden worden erkend”. Daarvan uitgaande moet een onderwijsinstelling naar Nederlands recht ofwel een onder artikel 11, lid 1, onderdeel o, sub 1 dan wel sub 2 vallende organisatie zijn.

Onder 11, lid 1, onderdeel o, sub 1 vallen scholen en instellingen, die onderwijs verzorgen als is omschreven bij of krachtens de wetten tot regeling van het onderwijs dat krachtens wettelijk voorschrift is onderworpen aan het toezicht door de Inspectie van het onderwijs of aan een ander toezicht door de minister die met de zorg voor het desbetreffende onderwijs is belast.

Onder sub 2 vallen instellingen die zich bezighouden met het verzorgen van “bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen onderwijs, met inbegrip van de diensten en leveringen die daarmee nauw samenhangen, waarbij kan worden bepaald, dat de vrijstelling slechts toepassing vindt ten aanzien van ondernemers die met dat onderwijs geen winst beogen;”. Op grond van artikel 8, eerste lid, onderdeel c Uitv. Besl. OB is “onderwijs in muziek, dans, drama en beeldende vorming, aan personen jonger dan 21 jaar” aangewezen als onderwijs in de zin van 11, lid 1, onderdeel o, sub 2. In de Nederlandse systematiek lijken voor wat betreft dit type onderwijs geen eisen gesteld aan de instelling die het onderwijs verricht. Het type onderwijs bepaalt als het ware de erkenning van de betreffende organisatie.


  • Gerechtshof 's-Hertogenbosch 10 juli 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2232 - uitlenen personeel of onderwijs?

Regelgeving

Jurisprudentie

Doel onderwijsvrijstelling

MDDP, r.o. 26

26 Wat de door de vrijstelling van artikel 132, lid 1, sub i, van de btw-richtlijn nagestreefde doelstelling betreft, blijkt uit deze bepaling dat die vrijstelling, door onderwijsdiensten op btw-gebied gunstiger te behandelen, de toegang tot deze diensten beoogt te vergemakkelijken door de verhoogde kosten te vermijden die zouden ontstaan indien de betrokken diensten aan btw werden onderworpen (zie in die zin arrest van 20 juni 2002, Commissie/Duitsland, C‑287/00, Jurispr. blz. I‑5811, punt 47).


  • HR 19 juni 2020, r.o. 3.2.3. en 3.2.4., ECLI:NL:HR:2020:1070
    Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 19 juni 2020 is ook het tegen vergoeding verzorgen van onderwijs door openbare onderwijsinstellingen niet aan te merken als het handelen als overheid maar als het handelen als ondernemer.

Literatuur


vrijstellingen/onderwijs.txt · Last modified: by avdoesum