Site Tools


vrijstellingen:sociaal-cultureel_11-1-f

Sociaal-cultureel (11-1-f)

1. Aantekeningen


2. Regelgeving


3. Jurisprudentie

3.1 Geen winst beogen

* HR 14 april 2023, nr. 20/02590, ECLI: ECLI:NL:HR:2023:460, V-N 2023/18.11
De Hoge Raad oordeelt dat X een onderneming drijft in de vorm van een eenmanszaak en daarmee met zijn prestaties winst beoogt. Reeds daarom kunnen zijn prestaties niet onder de vrijstelling vallen. Met het oog op het belang voor de rechtspraktijk worden de begrippen schuldhulpverlening en maatschappelijk werk nader uitgelegd.
X exploiteert als eenmanszaak een administratiekantoor en geeft fiscale adviezen aan verstandelijk beperkte klanten die in instellingen verblijven. Zijn feitelijke werkzaamheden bestaan uit budgetbeheer, -begeleiding en -advisering, al dan niet door middel van het wettelijke beschermingsbewind of curatele. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden zijn X’ diensten niet van BTW vrijgesteld. X gaat in cassatie.
De Hoge Raad oordeelt dat X een onderneming drijft in de vorm van een eenmanszaak en daarmee met zijn prestaties winst beoogt. Reeds daarom kunnen zijn prestaties niet onder de vrijstelling (art. 11 lid 1 onderdeel f Wet OB 1968) vallen. In de algemene aantekening van Bijlage B van het Uitvoeringsbesluit OB 1968 wordt ten onrechte een uitzondering gemaakt voor winstbeogende instellingen als bedoeld in de posten b.29 en b.33. De door de wet toegekende regelgevende bevoegdheid is hier overschreden. Bijlage B is in zoverre onverbindend en moet buiten toepassing blijven. X kan niet met succes een beroep doen op het vertrouwensbeginsel. In rechte te beschermen vertrouwen kan alleen worden ontleend aan uitlatingen van een bestuursorgaan. Bijlage B is een algemeen verbindend voorschrift en geen uitlating van een bestuursorgaan. X’ beroep is ongegrond. Met het oog op het belang voor de rechtspraktijk legt de Hoge Raad de begrippen ‘schuldhulpverlening’ en ‘maatschappelijk werk’ nader uit. Werkzaamheden ter voorkoming van problematische schulden vallen ook onder schuldhulpverlening, ook als de betrokkene nog niet eerder problematische schulden heeft gehad. Diensten van bewindvoerders of curatoren en diensten die inherent zijn aan beschermingsbewind of curatele, zijn diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk en vallen onder post b.29 van Bijlage B. De voorwaarde dat de leveringen en diensten als zodanig worden verricht door een instelling van maatschappelijk werk, brengt mee dat de betrokken instelling blijk moet geven van een duurzaam sociaal engagement, zodat kan worden gezegd dat de onderneming die zij drijft, van sociale aard is.


3.2 HvJ rechtspraak

  1. Go Fair Zeitarbeid
  2. Le Rayon d’Or
  3. Kingscrest Associates C‑498/03 Zimmermann, C‑174/11
  4. Finanzamt D, C‑657/19
  5. EQ, C‑846/19
  6. Administration de l’Enregistrement, des Domaines et de la TVA, C-846/19
  7. Zimmermann, C-174/11
  8. Momtrade Ruse OOD, C-620/21

3.3 Sociaal-culturele vrijstelling kan grensoverschrijdend worden toegepast

  • Momtrade Ruse OOD, C620/21
    52. Bijgevolg volgt uit een letterlijke, systematische en teleologische uitlegging van artikel 132, lid 1, onder g), van de btw-richtlijn dat de in deze bepaling bedoelde vrijstelling van toepassing is op elke dienst die voldoet aan de twee in die bepaling genoemde en in punt 43 van het onderhavige arrest in herinnering gebrachte voorwaarden, ongeacht of een dergelijke dienst feitelijk wordt verricht in de lidstaat waar de dienstverrichter is gevestigd dan wel in een andere lidstaat.

    dictum. Artikel 132, lid 1, onder g), van richtlijn 2006/112, zoals gewijzigd bij richtlijn 2008/8, moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een vennootschap sociale diensten verstrekt aan natuurlijke personen die wonen in een andere lidstaat dan die waar deze vennootschap de zetel van haar bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, de aard van die diensten en de kenmerken van die vennootschap, om te bepalen of deze diensten vallen onder het begrip „diensten […] welke nauw samenhangen met maatschappelijk werk en met de sociale zekerheid [en die worden verricht door een organisatie] die door de betrokken lidstaat als [instelling] van sociale aard [is] erkend” in de zin van deze bepaling, moeten worden onderzocht overeenkomstig het recht tot omzetting van de richtlijn 2006/112, zoals gewijzigd, van de lidstaat waar de vennootschap de zetel van haar bedrijfsuitoefening heeft gevestigd.

4. Literatuur


vrijstellingen/sociaal-cultureel_11-1-f.txt · Last modified: by avdoesum